null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Jongste Dochter was er niet, ik zou het dagboek ongestoord kunnen gaan lezen

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Voor ik op weg ging naar de lunchafspraak met Jongste Dochter die negentien was geworden, deed ik nog snel even een klusje. Wat eens in de zoveel tijd moet gebeuren omdat je er geen bord meer kwijt kunt: het opruimen van de keukentafel.

De tafel wordt vaak gebruikt als dumpplaats. Tassen met natte handdoeken, plastic flesjes, tubes met de vreemdste crèmes, handschoenen, boeken en nog veel meer. Als de dochters iets kwijt zijn, ligt het meestal ergens in de uitdijende jáhááá-dat-ruim-ik-straks-wel-op-berg.

Een zakje met beschimmelde boterhammen.

Van alles vond ik terug: een vol spaarzegelboekje van Simon Lévelt, de dop van een vulpen, bioscoopkaartjes, een oplader.

En toen zag ik het schrift. Een dik, bruin schrift. Een schrift dat niet van mij was. Met twee roze handschoenen er bovenop.

Ik veegde de handschoenen op tafel en pakte het schrift op. Sloeg het open, sloeg het meteen weer dicht, en legde het terug op tafel.

Ik hoefde er geen handschriftdeskundige bij te halen. De Sherlock Holmes in mij had meteen het handschrift herkend.

Jongste Dochter.

En uit wat ik vluchtig had gezien, was op te maken dat het hier een dagboek betrof.

Jongste Dochter die ruim een jaar geleden na een ernstig fietsongeluk op de ic van het ziekenhuis was opgenomen. Die haar studie opgaf, en tijd heeft genomen om dat ongeluk fysiek en mentaal te verwerken, die in haar eentje naar Curaçao ging om er vrijwilligerswerk te doen (en iets helemaal in haar eentje te ondernemen), en die nu goed in haar vel zit, leuk werk heeft, en hard nadenkt wat ze volgend jaar wil gaan studeren.

Een bewogen jaar vol ups en downs. Waarover ze tegen mij maar mondjesmaat iets losliet. Wat ik haar niet kwalijk nam, want je vader is niet meer een vriend aan wie je alles vertelt.

Het dagboek van Jongste Dochter.

Zonder slotje (had ze vroeger).

Dat voor het grijpen lag.

Een schat aan informatie.

Wat had mijn achttienjarige dochter, die deze dag negentien was geworden, allemaal meegemaakt? Welke geheimen hield ze voor me verborgen?

Het schrift lag voor het grijpen.

Maar ik had het niet eens aan mogen raken.

Die handschoenen waren de bewakers van het dagboek.

Ik stond met mijn kont tegen het aanrecht geleund en keek naar het schrift dat op de keukentafel lag. Al het licht viel op het dagboek.

Mijn handen jeukten.

Jongste Dochter was er niet, ik zou het dagboek ongestoord kunnen gaan lezen. Als een spion met mijn telefoon alle bladzijden kunnen fotograferen.

En dan?

Ik heb ook minder mooie kanten, maar dit ging te ver.

We lopen allang niet meer op hetzelfde pad, en dat is goed.

Ik legde de roze handschoenen weer op het schrift. Schoof er een sjaal half overheen.

Ze moest het zelf maar weer vinden daar op de keukentafel.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over