Joden, Palestijnen: blijf elkaar zien als mensen

PlusNatascha van Weezel

De laatste dagen probeer ik so­ciale media zo veel mogelijk te mijden. Zoals altijd wanneer het conflict tussen Israël en de Palestijnen oplaait, zijn mensen vooral bezig hun eigen standpunt over het voetlicht te brengen, zonder enige nuance. Op de momenten dat ik toch even zwicht voor de apps op mijn smartphone, lees ik dat ik ‘gewoon moet begrijpen’ dat ‘Palestina van moslims is, from the river to the sea,’ en dat ‘Israël moet terugslaan totdat alle terroristen zijn gedood, ook als dat Palestijnse burgerslachtoffers tot gevolg heeft.’

Zelf probeer ik een de-escalerende boodschap te verspreiden. Zo plaatste ik een paar dagen geleden een kader rondom mijn Facebookprofielfoto met daarop de tekst ‘Stop the war’ in het Engels, het Hebreeuws en het Arabisch. Iets waar je weinig op tegen kunt hebben, zou je denken. Niets bleek minder waar. Ook híéronder verschenen allerlei woedende meningen. Van: ‘Palestijnse genocide door een apartheidsstaat is geen oorlog,’ tot: ‘Hamas is democratisch verkozen door de Gazanen, als zij sterven is dat hun eigen schuld.’

Deze polariserende woorden maken me intens verdrietig. Een groot deel van mijn familie woont in Israël. Ik spreek hen dagelijks via Facetime. Ze sturen me filmpjes van overvliegende raketten en berichten over brandende bussen in voorsteden van Tel Aviv. Onlangs appte mijn neef vanuit de gedeelde schuilkelder in zijn appartementencomplex. ‘Hier gaat alles goed,’ schreef hij. ‘We hebben weer eens tijd om bij te kletsen met de buren, die zitten nu gezellig naast ons.’ Zwarte humor is altijd zijn manier geweest om met de situatie te dealen. ‘Mijn 1-jarige dochter is wel een beetje bang voor de raketknallen. Daarom noemen we de schuilkelder liefkozend de ‘boom boom room’.’

Ook mijn Palestijnse vrienden leven momenteel in doodsangst. Ze zijn bang voor nieuwe huiszoekingen door het Israëlische leger, voor kogels, bommen én de rellen tussen Joden en Palestijnen met een Israëlisch paspoort.

Dat is een nieuwe ontwikkeling. Nationalistische Joden en Palestijnen gaan letterlijk met elkaar op de vuist en vallen islamitische begraafplaatsen of synagogen aan. Iets wat verdomd veel lijkt op het voor­stadium van een burgeroorlog. Mijn Palestijnse vriend Kadir vroeg of ik hem wilde afleiden met foto’s van mijn kater Sammie. Ik stuurde ze voor de zekerheid ook meteen naar mijn neef in de schuilkelder.

Dit is de realiteit aan beide kanten, alleen moet je volgens sociale media dus óf helemaal achter Israël staan, óf volledig achter de Palestijnen. Dat weiger ik. Niet uit een of ander diepgeworteld principe of vanwege een gevoel van morele superioriteit, maar omdat ik het gewoon écht niet kan. De reden daarvoor is simpel: dit conflict kent louter verliezers.

Daarom eindig ik deze column met een hartenkreet: blijft elkaar zien als mensen. Ook wanneer alles in brand staat. Júíst dan. Júíst nu. Alsjeblieft.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over