Lale Gül. Beeld Artur Krynicki
Lale Gül.Beeld Artur Krynicki

Ja hoor, ook met zeven vinkjes kun je een empathisch persoon zijn

PlusLale Gül

Lale Gül

Het was de week van de zeven vinkjes van schrijver Joris Luyendijk, met als hoogtepunt het ongemakkelijke gesprek bij Buitenhof afgelopen zondag. Daar zat Luyendijk aan tafel met Sylvana Simons en oud-politica Neelie Kroes, die er niet voor terugdeinsde om het boek voor onbehoorlijk en feitenvrij uit te maken. Ik benijdde mijn collega-auteur op dat moment allerminst.

Kroes vroeg Luyendijk waar hij het in zijn boek op baseerde dat haar vader zwaar calvinistisch zou zijn en stelde dat dat totaal onwaar was. Luyendijk voelde zich overvallen, had niet paraat waar hij die informatie vandaan had en bood direct heel nederig zijn excuses aan. Maar na tien seconden googelen kwam ik erachter dat Kroes eens in een interview met Trouw had gezegd dat haar vader zwaar calvinistisch was. Door excuses aan te bieden voor een fout die geen fout was, bracht Luyendijk zichzelf onnodig in een benarde positie: die van een schrijver die zogenaamd uit zijn nek kletst.

Het toppunt van de vuurwerkshow was Luyendijk die Twan Huys verweet niet geschikt te zijn als interviewer vanwege kenmerken waar Huys in feite niets aan kan doen: zijn witte huid, geslacht, geaardheid, hoge opleiding, minstens een van zijn ouders is in Nederland geboren en ook die heeft eveneens een hoge opleiding genoten.

Het zijn de inmiddels beruchte zeven vinkjes van Luyendijk: de theorie dat witte mannen met een bepaalde sociaaleconomische achtergrond op geen enkel punt in hun leven discriminatie ervaren, daardoor geen idee hebben hoe het is om dat wel te doen, relatief probleemloos door het leven glijden en daarna vanuit hun directiekamer besluiten wat er met de rest van Nederland moet gebeuren.

Ik had het toch echt niet gepikt als iemand mij een absoluut onvermogen tot empathie en onbevoegdheid tot goed (gespreks)leiderschap in de schoenen zou schuiven vanwege mijn vaststaande (deels raciale) eigenschappen.

Mensen en hun problemen hebben veel nuances, grijstinten, complexiteit. Een situatie kent vaak allerlei multifactoriële oorzaken en gevolgen die al dan niet diep met elkaar vervlochten zijn. Allerlei aannames maken over mensen en hun vermogen tot empathie of geschiktheid op basis van een aantal vinkjes die er hooguit op wijzen dat je uit een bovengemiddeld fortuinlijk sociaaleconomisch milieu komt, is te makkelijk.

Het is een ongelukkige generalisatie en oversimplificatie om de oorzaak van complexe vraagstukken te wijten aan gemakkelijk in te delen groepjes op basis van identiteit. Beter zou zijn als men stelde dat óók mensen uit een geprivilegieerd milieu allerlei kwaliteiten kunnen hebben als medeleven en nieuwsgierigheid, in plaats van te stellen dat ze die chronisch ontberen, opdat ze een bondgenoot kunnen worden in de strijd tegen kansenongelijkheid.

Lale Gül schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? l.gul@parool.nl

Meer over