PlusPunten en komma's

Is één ei geen ei of is een ei geen ei?

In deze rubriek vertellen we waarom we dingen in de krant schrijven zoals we ze schrijven. Deze week: wanneer schrijf je ‘een’ en wanneer ‘één’? Vragen? puntkomma@parool.nl

Maxime Smit

Een kleine test. Kunt u een schrijffoutje ontdekken in de volgende zin uit een stuk dat onlangs werd ingeleverd voor de krant? ‘Eén van de reisgenoten, Eves jongere broertje Jack, heeft zo’n kinderbijbel bij zich.’

Het gaat hier om de schrijfwijze van het woord ‘een’ in ‘een van de reisgenoten’. In het voorbeeld staat dat geschreven als ‘één’, met accenten, maar dat hoeft niet.

Het is een onderwerp waarmee veel mensen de mist ingaan: wanneer schrijf je nou ‘een’ en wanneer ‘één’?

Het antwoord is vrij eenvoudig. Als uit de rest van de zin overduidelijk blijkt dat je ‘een’ uitspreekt als ‘één’ hoef je nooit ‘één’ te schrijven. ‘Een’, zonder de accenten, volstaat dan.

Kijk maar. In elke constructie met ‘een van de’ – ‘een van de cavia’s’, ‘een van de koekjes’, ‘een van de mensen’ et cetera – is het overduidelijk dat je ‘een’ uitspreekt als ‘één’. Je kunt het eigenlijk niet verkeerd lezen. Accenten (‘één’) maken zichzelf daarmee overbodig.

Dat geldt ook voor bijvoorbeeld deze zin: ‘Mathilda had een hekel aan puntmutsen, maar op het kabouterfeest droeg zelfs zij er een.’ Of hier: ‘Jij en ik moeten het een en ander eens heel uitgebreid bespreken, meneertje.’

Ook hier is het nagenoeg onmogelijk om het woord ‘een’ verkeerd te lezen.

Wanneer kies je dan wel voor ‘één’? Sowieso als je het telwoord ‘één’ bedoelt, bijvoorbeeld in de zin: ‘Ik heb hier één peer en twee bananen.’

Ook als anders verwarring ontstaat, schrijf je ‘één’. In het perenvoorbeeld zou je bijvoorbeeld kunnen kiezen voor de schrijfwijze ‘ik heb hier een peer’, maar daarmee verandert de uitspraak en de betekenis van de zin enigszins. Je kunt het dan lezen alsof je ‘een’ (spreek uit: ‘un’) willekeurige peer hebt.

Wil je echter benadrukken dat je één peer hebt (en niet twee, drie of vier peren) dan schrijf je ‘één’.

Ook in dit bekende paasliedje is de keuze voor ‘één’ prettiger: ‘Eén ei is geen ei, twee ei is een half ei, drie ei is een paasei.’

De schrijfwijze ‘een ei is geen ei’ zou immers voor leesverwarring kunnen zorgen. Je schrijft dan niet dat één ei laffig weinig is en het echte eetwerk pas begint vanaf drie eieren, maar je begint een ingewikkeld existentieel betoog over het al dan niet wezenlijke van een ei.

Mocht dat laatste niet je bedoeling zijn, kies dan voor de schrijfwijze ‘één’.

Meer over