Beeld Artur Krynicki

In mijn vroegste jeugdherinnering slaat mijn vader me op de grond

PlusTinkebell

Het is nu ongeveer twee jaar geleden dat ik melding deed bij de politie. Eerder durfde ik niet. Eigenlijk wilde ik aangifte doen, maar de laatste keer dat hij me op de betonnen keldervloer in elkaar had getrapt was rond mijn achttiende. Ik ben inmiddels 41. De zaak is dus verjaard. Toch heeft het me geholpen om dit op papier te zetten. En ook de gesprekken die ik hierdoor met familieleden en bekenden van toen voerde, leverden belangrijke inzichten op: Ik overdreef niet. Ik hoefde me niet te schamen. Er waren veel getuigen. Het was echt.

Vooral de woorden van de agent op het bureau waren bevrijdend bevestigend: “Dit zijn zeer ernstige vormen van mishandeling en een aantal incidenten vallen onder poging tot doodslag. Het is een wonder dat je hier nog staat.”

Ja, als tiener had ik hulp gezocht. Bij vriendinnen, bij een counselor op school en bij de Riagg. Ik had zelfs een tijdje op een wachtlijst gestaan voor een pleeggezin nadat de afdruk van zijn schoenzool weken lang in mijn buik was blijven staan. Maar de Riagg koppelde terug aan de persoon die me dit had aangedaan, en die zei dat ik alles verzon. Einde hulp. Zo simpel was het.

Die persoon, dat was mijn vader. In mijn vroegste jeugdherinnering slaat hij me op de grond. Ik heb herbelevingen van de keer dat hij me van de trap schopte en door blééf trappen tot mijn moeder riep dat hij moest stoppen omdat ik anders naar het ziekenhuis zou moeten.

Toch was dat geweld nooit het ergste. Het was de angst. De onveiligheid. Nooit wist ik hoe zijn gemoed was. Soms was hij zelfs heel aardig en leuk. Maar ineens kon dat omslaan. Ik verkeerde – en verkeer nog steeds – in een constante staat van waakzaamheid.

Nog los van zijn woorden, denderend in mijn hoofd: “Je bent dom, je bent lelijk en je zal nooit iets bereiken.”

Dat tekent je leven.

De reden dat ik dit nu deel, is dat de meldingen van kindermishandeling tijdens deze pandemie zijn toegenomen. Dat is niet verbazingwekkend, want wanneer ouders stress ervaren en gezinnen meer op een kluitje in hun huizen zitten, wordt de kans op escalatie vanzelfsprekend groter. Nu, maar ook straks in een onvermijdelijke recessie.

Melding doen, of nog belangrijker: serieus genomen worden, kan voor kinderen van levensbelang zijn.

Maar waar is de aandacht hiervoor in alle corona­consternatie? Waar is de grote publieks­campagne? De grootste drama’s vinden plaats achter de voordeur. Wie zorgt dat het voor kinderen in deze tijd gemakkelijker wordt gemaakt een uitweg te vinden?

’s Nachts gaan alle mogelijke scenario’s door mijn hoofd. Hoe was ik hier uitgekomen als deze pandemie dertig jaar geleden had plaatsgevonden?

Niet. Vrees ik.

Meer over