Massih Hutak. Beeld Artur Krynicki
Massih Hutak.Beeld Artur Krynicki

In het Museum van de Onschuld in Istanboel herkende ik mijn liefdespijn uit Noord

PlusMassih Hutak

Massih Hutak

Toen ik vorig jaar in Istanboel was om met een groep Amsterdamse en lokale professionals kennis uit te wisselen over lokale democratie en nieuwe manieren van stedelijke ontwikkeling, verbleef ik in Cihangir. Dat is een prachtige wijk in het district Beyoglu, aan de rand van de Europese kant.

Vanaf de ontbijtzaal op de zesde verdieping van een hotel bovenop een heuvel met akelig steile wegen, zag ik aan de andere kant van de zee de bekende moskeeën liggen. Het Taksimplein was op loopafstand, net als het Gezipark.

In een aantal dagen zag ik in zowel het Europese als het Aziatische deel van de stad adembenemende uitzichten, straten en stegen, at ik lekkerder dan ik in jaren heb gedaan en ontmoette ik mensen die gastvrij, liefdevol en intelligent waren op een niveau dat me niet kleiner maar groter deed voelen.

De dagen waren inspirerend en lang en intensief. Het verkeer was ongekend frustrerend en traag, terwijl de lucht rook naar een mix van zee en diesel. Het wandelen in de hete ochtendzon door Cihangir gaf me de rust en de ruimte om even op adem te komen.

Als ik een dagdeel voor mezelf had, ontsnapte ik terug naar deze wijk en ging ik liggen in het Gezipark of eten op het Taksimplein of gewoon wandelen, doelloos wandelen. Of eigenlijk bestemmingloos wandelen, want doelloos is het nooit.

Daar, over steile straten en door verborgen stegen, liep ik de wijk Cukur­cuma in en vond ik een van de mooiste musea die ik ooit heb gezien: Masumiyet ­Müzesi oftewel het Museum van de Onschuld, vernoemd naar de gelijknamige roman van schrijver en Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk.

Dat boek gaat, in het kort, over hoofdpersoon Kemal, zijn verloofde Sibel en zijn geheime liefde Füsun. Voor elk van zijn 83 hoofdstukken over Füsun, die drie decennia bestrijken en het veranderende Istanboel beschrijven, heeft Orhan Pamuk objecten bewaard die op hun ­eigen manier de gekoesterde momenten tussen hem en zijn grote liefde vangen in ogenschijnlijke alledaagsheid. Denk aan sigarettenpeuken, peper-en-zoutvaatjes, muntjes. In het museum worden al die objecten tentoongesteld.

Wat mij het meest raakte aan dit museum, was de anatomie van een gebroken hart en meer liefdespijnen, uitgebeeld met bijbehorend anatomisch model. En ineens kwamen mijn oorspronkelijke reden om in Istanboel te zijn en dit spontane museumbezoek bij elkaar: de pijn en paniek die een veranderende stad met zich meebrengt.

De liefdespijn die ik ervaar en die velen met mij delen in Amster­dam is de angst om mijn thuis (opnieuw) te verliezen. Zoals Kemal vreest zijn liefde steeds te verliezen en die hopeloos vangt in memorabilia, net zo doe ik dat ook met Noord.

Wat ik nieuwbouwpaniek noem, wil ik nu uitbeelden. Dus als u dit leest en van die poppen en anatomische modellen maakt, laat alstublieft van u horen.

Rapper en schrijver Massih Hutak (1992) schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al zijn columns hier terug.

Meer over