Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Ik zou voor straf naakt in een woud moeten wonen

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Twee jaar geleden heb ik ’s nachts om half vier, heel erg dronken van drank, online schoenen gekocht van 400 euro. In Zweden. De volgende dag vertelde Tanja dat ze mij, vlak voordat ze naar bed ging, tevreden had zien zitten mompelen. “Je leek op Gollem. Je sprak tegen je scherm. ‘Ja, van mij zijn jullie, van mij.’”

Ik had inmiddels wel een vaag idee wat ik had besteld. Iets zwarts met een enorme zool. “Laat eens zien,” zei Tanja. Met lood in mijn oude schoenen liep ik naar mijn laptop, zocht de bestelbevestiging op en liet haar de foto van de schoenen zien. Tanja keek, liep naar de keuken en zei: “Als jij er maar blij mee bent, dat is het belangrijkste.”

Dat vond ik geen goed teken. Ik bekeek de schoenen nog eens. Misschien vielen ze in het echt wel heel erg mee. Ik sloot niet uit dat ik in dit verwarrende tijdsgewricht precies de goede schoenen had gekocht. Met een beetje mazzel liep ik jaren voor op alle andere mannen in Nederland.

Ik was alweer vergeten dat ik ze had besteld toen 9 dagen later de schoenen werden bezorgd. Mooie doos, dat viel mee. Onder het deksel lag een rood fluwelen kleedje over de schoenen heen. Ik trok het weg en meteen kwam de wanhoop. Ik verdiende ook geen mensenkleren. Ik zou voor straf naakt in een woud moeten wonen, waar ik grommend naar eetbare paddestoelen zocht.

Alles ging altijd verkeerd en nooit eens goed en dat kwam nu allemaal samen in deze schoenen. Ik had alles weer eens verpest. Natuurlijk, ik had twee leuke kinderen en een lieve vriendin, maar ik verdiende ze niet. Ik verdiende deze schoenen.

Ik tilde ze uit de doos. Voorzichtige schatting: anderhalve kilo per stuk. Nu ik ze in mijn handen had begreep ik pas goed wat ik had gekocht. Het waren gewone leren schoenen, met bolle neuzen, maar dan met een zool die net zo dik was als de schoen zelf.

Alles was fout aan deze schoenen. Mensen zouden denken dat ik, net als Italiaanse mannen in roze polo’s, wilde doen alsof ik in één nacht 25 cm langer was geworden. Ik deed ze aan. Misschien zagen ze er van boven heel leuk uit.

Het voelde vreemd. Alsof ik twee broodtrommels met elastiek onder mijn voeten had gebonden. Tanja kwam de kamer binnen. Ze keek. “Dit zijn ze dan,” zei ik. Ik wachtte op het schot tussen de ogen. “Wel jouw kleur,” zei ze. “Pas je op dat je niet valt.”

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over