Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Ik zal altijd zo tegen jou tekeergaan, Joe’

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

‘Hallo Joe.”

“Hoi, Donald.”

“Heb je lekker geslapen, jochie?”

“Ja, Donald. Dank je wel…Wil jij een kopje koffie, lieve schat.”

“O, fijn, lieverd…”

“Ik hoop niet dat je het erg vindt, schat, maar ik heb je kleertjes al gewassen.”

“Nee! Echt? Wat lief van je.”

“Ja, en kijk eens naar je onderbroek…”

“Joe, wat lief, een nieuwe. Wat een lieve hondjes….”

“Schattig hè?”

“Enig. Waar heb je die gekocht?”

“In een winkel in die 28ste straat in New York.”

“Liefje, wat leuk. Ik word er helemaal vrolijk van.”

“Ja…”

“Ja…”

“Ja, eh, ja…”

(lange stilte.)

“Joe?”

“Ja, schat.”

“Ik wil toch wel een heel klein beetje ietsje pietsie mijn verontschuldigingen aanbieden voor het debat.”

“Ach joh…”

“Nee, echt, Joe, misschien ging ik ook wel te ver.”

“Ik vond je heus wel stoer hoor, toen je zo tegen mij tekeerging.”

“Toen ik je zo weerloos zag, Joe, zag ik dat je eigenlijk een heel lief en teder gezicht hebt.”

“Dank je, Donald.”

“Je was een jong hondje, zag ik, dat gekoesterd en omarmd moet worden.”

“Dank je, Donald. Nogmaals, ik vond je stoer, Donnie, echt. Jij was een leeuw. En toen ik door jou werd vernederd, dacht ik: misschien verdien ik dit wel, en tegelijkertijd dacht ik: jij bent voor mij, deze nacht.”

(Lange pauze.)

“Joe… Hoe… hoe…”

“Heerlijk, Donnie…”

“Maar eerlijk… Eerlijk, vond je het echt…”

“Heerlijk Donnie! Je hoeft niet onzeker te zijn.”

“Ik vind het wel raar, Joe…”

“Zulke dingen gebeuren, Donnie.”

“Maar…”

“Zeg maar niks… Zulke dingen gebeuren. Niks om je voor te schamen.”

“Maar ik schaam me wel, Joe.”

“Niet nodig.”

“Vind jij het niet vreemd, Joe?”

“Ach Donnie, aan schaamte heeft niemand iets.”

“Maar hoe moet het nu verder?”

“Niemand hoeft het te weten.”

“Ik zal altijd zo tegen jou tekeergaan, Joe. Dat lok je uit!”

“Ik weet hoe je bent, Donnie. Nog een koffie?”

“Ik doe het uit liefde, Joe.”

“Weet ik, Donnieboy.”

“Ik doe het ook om jou gelukkig te maken.”

“Dat doe je, Donnie. Waarom denk je dat ik, op mijn leeftijd, deze krankzinnige strijd ben aangegaan? Waarom denk je dat ik al die dingen doe die ik doe? Ik doe dat uit liefde.”

“Ik doe het ook uit liefde, Joe. Wat jij zegt, geldt ook voor mij. Liefde voor het land, liefde voor jou, nu zeker.”

“Hoe het ook afloopt, wij winnen beiden.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over