Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik werd gezocht, al klinkt dat spannender dan het is

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Ik had ook een andere route kunnen nemen, maar dat vond ik dan toch weer te laf.

Gewoon de dijk op, en dan maar kijken wat er gebeurt.

De hond moest er toch uit.

De eerste dagen nam ik het pad onderlangs, dat de gemeentewerkers net hadden gemaaid. Door de deuren in de geluidswal zag ik het verkeer op de A10 richting Almere, Amersfoort en Alkmaar flitsen. Altijd die gedachte: doorrijden tot achter de Alpen en dan maar kijken wat er gebeurt.

Op driekwart van de dijk kwam ik weer naar boven.

Geen politie.

Ik werd gezocht.

Dat klinkt spannender dan het is.

Eigenlijk werd Bep gezocht.

Een paar dagen geleden kwam er op de dijk een gezet teckeltje heel hard op Bep afgerend. Vlak voor haar bleef het beestje staan en begon keihard in de snoet van Bep te blaffen. Bep gromde een keer en de worst ging er vandoor in de richting waar ik vandaan kwam. Bep erachteraan.

Na een meter of twintig vond Bep het wel weer genoeg en dook ze het gras in om een gat te graven.

Ik liep door. Ver achter me hoorde ik geschreeuw, maar ik zag net op mijn telefoon dat een van mijn favoriete bands, Son Volt, een nieuwe plaat had.

Een dag later, bij de bocht in het Ajaxpad, stuitte ik op de eigenaresse van Job. (Ze zegt altijd dat ik er tien jaar jonger uitziet als ik naar de kapper ben geweest – de flirt.)

“Ik moet je nu toch wat vertellen,” zei ze. “Moet je luisteren. Zondag, hè, toen ging Beppie toch achter dat teckeltje van die vriendin van mij aan?”

Ik wist van geen vriendin, maar ik knikte.

“Nou, hij is niet meer opgehouden met rennen. Hij is in een streep door het park, langs het spoor, en zo over de weg gerend tot hij thuis was. Echt een gevaarlijke situatie. Remmende auto’s, bijna een botsing. Er kwam politie aan te pas, en die heeft die vriendin van mij ondervraagd. Ja, echt waar. Die agent zat aan haar tafel met een boekje en een pen. En ze moest zeggen van wie die hond was die haar hond had opgejaagd… Want er had wel iets heel ernstigs kunnen gebeuren daar bij het station.”

Ze keek even naar Bep, die aan haar voeten zat omdat ze dacht dat zij weer snoepjes bij zich had.

“Ze zoeken jullie dus.”

Ik begon te lachen.

“Ja lach maar. Ze had mij kunnen bellen, want ik ken jullie, maar dat deed ze niet. Het was een zwart hondje, zei ze. En toen had die agent met een zucht zijn boekje dichtgeslagen en zijn pen in zijn borstzakje gestoken.”

Ze keek me medeplichtig aan.

“Hondenbezitters verraden elkaar niet.”

Ik wilde iets zeggen over boeven vangen, maar de politie heeft het al niet makkelijk de laatste tijd.

“Gelukkig,” zei ik, en maakte aanstalten om weer verder te lopen. Na eerst toch eens goed om me heen te hebben gekeken. Ik groette.

“Je mag wel weer eens naar de kapper,” zei ze.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over