Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik stopte het boek over Hitler in mijn tas en fietste heel vrolijk naar huis

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Eens in de zoveel tijd maak ik een rondje langs straat­bibliotheken.

Je moet de kastjes de tijd geven. Elke week gaan kijken heeft geen zin, omdat je dan tegen dezelfde ruggen aan staat te turen. (Wie neemt nou eens die eendelige, dikke, rode Medische gezinsencyclopedie mee?)

Zo om de paar weken heeft zo’n kastje zichzelf weer enigszins ververst. Je neemt boeken mee, en je stopt er boeken in, dat is het idee.

In een dolle bui van opruimwoede heb ik vorig jaar alles van Jean Echenoz in zo’n kastje gezet. Enorme spijt van, ’s avonds. ’s Ochtend terug. Alles weg.

Er struinen er meer zoals ik langs de kraampjes.

Het afvalputje van boekenland, zegt Hartjes, die nooit een boek uit een straatbieb mee naar huis neemt. Vind ie vies. Ik hou heel erg van die kastjes, en als we er samen langslopen, wat een enkele keer gebeurt, blijf ik altijd staan, terwijl Hartjes dan een paar meter verderop ongeduldig gaat lopen doen.

Gisteren: De verzamelde verhalenbundels van Guus Luijters. Ik wilde het boek meenemen. Tot ik de diepzwarte vlek zag op de bovenkant van het boekblok. Ik ken mezelf, daar ga ik dan de hele tijd naar zitten kijken als ik lees. Leidt heel erg af. (Met een lichtvochtig schuursponsje vlekken van de pagina’s boenen gaat wel, maar wees voorzichtig.)

Hier zijn is heerlijk, de prachtige biografie die Marie Darrieussecq schreef over schilder Paula Modersohn-Becker. Heb ik al.

Meenemen om het boek aan een bekende weg te geven doe ik niet. Ik weet niet of het een ongeschreven regel is, maar ik gun zo’n parel graag aan een onbekende.

Het eerste deel van Ullrichs Hitlerbiografie heb ik een keer zien staan. Ik riep Hartjes terug, maar die kende het al. Natuurlijk. Hij weet heel veel van Hitler. Ik kan hem nooit iets vertellen dat hij nog niet weet. (Een kist wijn als het me wel lukt.)

Stella, van Jan de Hartog. Onderschatte schrijver, maar van deze roman ontbrak het laatste katern.

Altijd gris ik de Simenonnetjes mee.

In de boekenmolen in het Amstelpark vond ik een ontzettend goede politieroman van Kjell Ola Dahl. Dat is het mooie van die kastjes, dat je soms echt verrast wordt.

De laatste straatbieb op mijn ronde is die bij het huis waar Renate Rubinstein heeft gewoond. Achter Een meisjesleven, van Geerten Meijsing, ontdekte ik een dun boek.

Onthullingen van een spion. Een Prismapocket, uit 1966. Geschreven door Stanley P. Lovell. Deze directeur van een wetenschappelijk uitvindersbureau leidde in de Tweede Wereldoorlog de OSS (Office of Strategic ­Services). Hij was verantwoordelijk voor ‘de poging vrouwelijke hormonen in Hitlers groentetuin te droppen’. Het idee was dat ‘een duwtje naar de vrouwelijke kant misschien wonderen zou kunnen verrichten. (…) De hoop was dat zijn snor zou uitvallen en dat hij een sopraanstem zou krijgen’.

Het staat er echt. Ik stopte het boek in mijn tas en fietste heel vrolijk naar huis.

Hartjes, ik heb je. Een kist rood, graag.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over