Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik ontdekte dat er nog lang geen sprake was van een Kitkatschaarste

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Naast de prullenbak bij de kleine Sahara – een soort zandverstuiving midden in het hondenuitlaatgebied – lagen snoepwikkels.

Meestal liggen er volle hondendrollenzakjes.

Op het bankje voor de prullenbak zaten twee pubermeiden. Op de schoot van de ene lag een grote zak mini-Marsjes.

Ik kon me niet heugen voor het laatst een Mars te hebben gegeten.

Ze schrokten de chocola naar binnen.

Het ene meisje propte de wikkel ineen en gooide het richting de mond van de vuilnisbak.

Mis.

Ik keek heel nadrukkelijk naar de prullenbak.

Ze zagen me kijken.

“We ruimen het zo op, hoor, meneer,” zei het ene meisje. Met volle mond, maar wel veel vriendelijker dan ik had verwacht.

“Wilt u er één?”

Daar moest ik even over nadenken.

“Snel beslissen, hoor,” zei het andere meisje.

“Anders worden we echt heel misselijk.”

“Ja, ik wil er wel een,” zei ik, en stak mijn hand uit.

Ik trok de wikkel stuk en nam een hap van de kleine Mars.

Toch lekkerder dan gedacht.

“Waarom eten jullie eigenlijk geen Kitkat?” vroeg ik.

Ze keken me vragend aan.

“Albert Heijn haalt de Kitkat uit de schappen.”

“Waarom?” vroeg de een.

“Omdat de fabrikant Albert Heijn te hoge prijzen rekent.”

“Waarom?” vroeg de ander.

“Hebben jullie dat dan niet gelezen?” (Ik slikte het ‘in de krant’ nog net in, ik was al een opa in hun ogen.)

In koor: “Nee.”

“We hadden gewoon zin in Marsjes. Vorige keer deden we Bounty, nu Marsjes,” zei de een.

Ik bedankte voor de Mars en liep door.

’s Middags, in de supermarkt, kon ik de Maggi niet vinden, ook een product dat Albert Heijn vanwege de forse prijsstijging van de fabrikant niet meer in de schappen wil. Misschien omdat de flesjes inderdaad al verwijderd waren, of uitverkocht. Maar het kon ook zijn dat ik niet goed had gezocht. (Natuurlijk moest ik daarbij denken aan de titel van een dichtbundel van Rutger Kopland: Wie wat vindt heeft slecht gezocht.)

Ach, de Maggi. Je vader stangen door voor je ook maar een lepel van je soep had geproefd, al de halve fles Maggi in de kom te plenzen.

“Eerst proeven,” donderde vader.

“Mag ik de Maggi?” was een tijd een verzoek dat niet altijd gehonoreerd werd. De fles verdween niet, maar kreeg een plekje naast het bord van de patriarch.

(“Eerst proeven!” werd al net zo’n evergreen in de familie als: “Boter smeer je óp je brood, niet erin!”)

Het opperste genot: stiekem een slokje Maggi nemen, zo uit de fles. Een soort toverdrank.

Wel ontdekte ik dat er nog lang geen sprake was van een Kitkatschaarste. De schappen lagen nog vol. Ik zag een man vier zakken in zijn karretje gooien.

“Er is nog genoeg,” zei hij en hij wees op het vak.

Ik paste. Ik herinnerde me een ontzettende ruzie over het verkeerd afbreken van een Kitkat.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over