Maarten Moll Beeld Sjoukje Bierma
Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Ik ging kop vooruit op de slee liggen. ‘Zou je dat wel doen?’

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Oudste Dochter vroeg of ik mee ging sleeën.

Ik was net terug van een urenlange wandeltocht door parken en sneeuwwoestijnen. De waterkoker raasde, de cv kwam op stoom, mijn voeten ontdooiden.

Ga je mee sleeën.

Een lang verborgen gebleven gevoel van kinderlijke vreugde kwam over me.

Sleetje rijden. Ik herinnerde me urenlange sleesessies op de Zandbult. (In augustus altijd het decor van de eerste voetbaltrainingen. En altijd zonder bal.) Wedstrijdjes. Loeihard naar beneden, de ander van het parcours sturend. Weer naar boven klauteren, de slee achter je aan slepend. Het touw van de slee uit je koude vingers laten glippen. De slee beneden weer ophalen. Tijdverlies.

En dat duizend keer. IJsvoeten in de te dunne rubberlaarzen.

Jongens met antieke sleeën uit de schuren van hun vaders. De blitse Duitse modellen. De slee van Kees Kneppelhout, met Kees er nog op, die na een manoeuvre van een kamper heel hard tegen een boom knalde. De tand vonden we niet terug. De slee was total loss.

Ik trok mijn natte schoenen weer aan mijn tintelende voeten.

Iets minder lang geleden ontwaakten we in de Achterhoek in een witte wereld. De meiden, klein nog, wilden meteen naar buiten.

Dansend op bed. “Gaan we sleeën?”

Jassen, dassen, mutsen, wanten, laarsjes.

We leenden een slee bij onze vrienden waar we logeerden, en ik trok ze over een bevroren akker naar het kleine bos aan de andere kant, waar ik mooie afdalingen wist.

Na nog geen vijftig meter begonnen de stadse dames al te sputteren.

“Ik heb het koud!” (2x)

Twintig meter verder.

“Ik wil naar binnen!” (2x)

Ik zette door.

“Papa, dit is niet leuk!” (Uit één keel.)

Ik versnelde, de slee stuiterde over de voren.

“Stop!!!!” (38x)

Huilen, janken, schreeuwen. Een verloren muts.

We hebben het bos nooit bereikt.

Strontchagrijnig zette ik de slee weer in de schuur, en mijn vriend de boerenzoon lachte me smakelijk uit.

De dames poolreizigers zaten intussen in de keuken bij de houtkachel achter enorme bekers hete chocolademelk te vertellen over hun lijdensweg. En even later mochten ze ook nog naar Kabouter Plop kijken. Onder een dekentje.

Ik heb me die dag niet meer laten zien.

Aan de rand van Park de Meer stond Oudste Dochter me bovenaan een helling op te wachten. Rode wangen, al een paar afdalingen achter de rug.

“Samen?” vroeg ze.

Ik denk dat ze mijn begeerte zag eerst alleen te gaan. Ze reikte me het touw van de slee aan.

Ik ging, net als in de Zandbultdagen, kop vooruit op de slee liggen.

“Zou je dat wel doen?” vroeg het secreet lachend.

Ze duwde me af. Meteen de sensatie die door mijn lijf gierde.

“Pas op voor die boom, pap!”

Ik dacht aan Kees Kneppelhout.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over