Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Ik ga knokken tegen publieksparticipatie

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Ik keek dit weekend naar Pinkpop en nu heb ik besloten dat ik de rest van mijn leven ga knokken tegen publieksparticipatie. Mensen die vlak voor mij met hun handen een hartje maken, komen voortaan thuis met twee ons kauwgom in hun haar. Als een zanger op het podium vraagt of alle ladies in the house ‘Oeeee’ willen zeggen, schreeuw ik ‘Aaaaaansteller’.

Als ik voortaan een gitarist op het podium zie staan met een snoerloze gitaar ben ik weg. Gitaristen horen aan een draadje. Het liefst zo kort mogelijk. Als je een draadloze gitarist hebt dan weet je dat hij gaat bewegen.

Ooit kwam de bassist van mijn eigen bandje de kroeg in wandelen met een draadloos systeem. Ik ging voor hem staan en zei: je bent een bassist. Dat viel niet te ontkennen. Ik ging door. ‘Die bewegen niet. Bassisten eten aan een apart tafeltje. Jullie zijn de zwijgende muzikant. Je hebt ook maar vier snaren. Beetje lui gedoe hè. Bassisten verwisselen eens in de veertien jaar hun snaren. Dat is het. Niet meer en niet minder. Bassisten tellen ook nooit af. Dat doen anderen. Dee Dee Ramone telde heel hard af en die is dood. Dus fuck draadloos.’

Het maakte weinig indruk. Tijdens het optreden waren we onze bassist kwijt. We hoorden hem wel. Soms dook zijn hoofd op achter de bar. Daarna verdween hij weer even en daarna stond hij opeens weer achter een raam. Draadloze muzikanten willen waar voor hun geld. Optredens moeten vooral lekker gek zijn. Een show. Een kolkende happening waarin de hele avond bevestiging wordt gevraagd aan het publiek. ‘Can I See All Your Lovely Hands.’ Ik ben dan de man met mijn handen diep in zijn zakken.

Slechts één keer zag ik een bijzondere, niet voorgekookte persoonlijke band ontstaan tussen een artiest en het publiek. Ik was in 1984 naar een concert in Paradiso van R.E.M.. Het concert was bij lange na niet uitverkocht. Zanger Michael Stipe kronkelde over het podium. Na de toegift – ook zo een hysterisch fenomeen: de band achter een gordijn, wij klappen en ja hoor daar zijn ze weer – vroeg Stipe of een van ons een fiets te koop had. Naast mij stak iemand zijn hand op.

Stipe klom van het podium en met zijn allen liepen we naar buiten. Samen met nog 40 andere mensen zag ik hoe Michael Stipe leerde fietsen. Zijn zadel stond te hoog. Dat hebben we iets lager gezet. Daarna zwaaiden we naar hem tot hij de Leidsestraat in reed.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over