null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Ik denk aan moeders

PlusBabs Gons

Babs Gons

Bij elke steen die wordt geworpen denk ik aan moeders. Bij elke auto die in brand wordt gestoken denk ik aan moeders. Bij elke vuurwerkbom die wordt gegooid denk ik aan moeders.

Ik zie vrouwen in bedden, op krukjes, ik hoor ze zuchten en kreunen, ik hoor ze puffen en persen. Ik hoor oerkreten. Ik hoor gekrijs. Ik denk aan moeders en de zonen die ze baren. Ik zie ze dromen boven fontanellen, tijdens het voeden, over hoe ze in de wereld zullen bewegen, hoe ze hun zonen aan de wereld willen schenken. Hoe ze dromen over de dromen van hun zonen. Hoe ze hun eerste hapjes, stapjes, tandjes. Zijwieltjes, zwemdiploma’s kapotte knietjes, voetballen op pleintjes, kom je eten?

Bij elke ruit die breekt, bij elke abri die sneuvelt, bij elke voorbijganger, elke journalist die wordt achtervolgd denk ik aan moeders. Bij elk paard dat op het hoofd wordt geslagen denk ik aan moeders. Ik denk aan moeders die de straat op gaan, hun zonen roepen. Hun zonen zoeken. Hun handen uitstrekken, op zoek naar de handen van hun zonen. Ze in hun armen nemen. De stenen uit hun handen wrikken, de wapens laten vallen. Ik denk aan moeders die denken aan zonen die misschien wel het hardst vechten tegen de moeders die in de ochtend het glas opvegen. De fietsen recht zetten. Het puin ruimen. De slachtoffers troosten. Ik denk aan de moeders van die zonen. En soms van dochters.

Bij elke gescandeerde boosaardige leus, bij elk hatelijk spreekkoor denk ik aan moeders. Ik denk aan moeders die zonen baren, die zonen dromen, die zonen mooie levens wensen en alle liefde van de wereld gunnen. Geen stenen. Ik denk aan de ogen van de moeders, op zoek naar de ogen van die zonen, was het leuk op school, op werk, waar ga je naar toe en hoe laat ben je terug?

Ik denk aan moeders van zonen die vechten, die vechten voor hun zonen. Ik denk aan moeders die denken aan hun zonen, die hun zonen zoeken tussen de rotzooi en de wanhoop. Ik denk aan moeders die hun zonen niet kunnen vinden. Ik denk aan moeders die elke keer weer terugkeren naar de plek waar ze hun zonen voor het laatst zagen.

Ik zie hoe moeders slapen naast hun pasgeboren zonen. Ik denk aan de slaapliedjes die ze verzinnen en zingen. Hoe ze voor altijd de geur van hun hoofdhuidjes herinneren. Hoe voor altijd de mollige voetjes in het geheugen van de huid van hun handen zijn opgeslagen. Bij elke steen die door de lucht vliegt denk ik aan moeders die met gespitste oren in bed liggen te luisteren. Waar was je gisteravond?

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl.

Meer over