Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik dacht, en denk nog steeds: een spookhuis

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Aan de straat was een stoel neergezet waarvan een poot ontbrak.

In de numerologie of kabbala zal dat wel iets betekenen, maar ik zag gewoon een stoel met drie poten. Alsof de eigenaar dacht dat hij er iemand nog een plezier mee kon doen om het nutteloos geworden ding daar neer te zetten.

Voor Sarphatistraat nummer 66. Ik kijk naar het huis.

Ook vaak naar dat huis geloerd als ik in de tram zat die zo ongeveer voor de deur stopt. Een donker, wat naargeestige uitstraling heeft dat pand.

Op een bord in het voorportaal staat: ‘Bed & Breakfast’. Daaronder in kleinere letters: ‘Rooms’.

Achter alle ramen duisternis. Op de begane grond zitten apen voor de ramen. Achter een ander raam poppen van meisjes, één griezelig realistisch. Er hangt iets heel sinisters rond dat tafereel, elk moment verwacht je dat een gestalte met een bebloed mes voor het raam zal verschijnen.

Ik dacht, en denk nog steeds: een spookhuis.

Maar spookhuizen bestaan niet, alleen in boeken en films, en op kermissen. (Bestaan er nog spookhuizen op kermissen?)

Ik heb er nog nooit iemand naar buiten zien komen.

Ook nog nooit iemand naar binnen zien gaan, trouwens.

Ik blijf nog een beetje bij het huis rondhangen, maar de deur blijft gesloten.

Het huis, ‘een flink herenhuis’ in de stijl van het neoclassisisme, is van 1873. J.H. Schmitz, lees ik als ik weer thuis ben op internet (het spookhuis houdt me bezig), was de architect. Johann Heinrich Schmitz (1821-1891) begon als ‘teekenmeester’ en timmerman en klom op tot architect. Mooie zin: ‘Van zijn leven is weinig bekend. Hij zou afkomstig zijn uit de omgeving van Keulen en kwam in 1844 in Amsterdam te wonen.’

Wat ik ook vind: ‘In 1921 nam de firma J.K. Smit & Zonen, in diamanten voor industriële toepassingen, het in gebruik als kantoor.’ Na even verder zoeken stuit ik, in deze krant, op een mooi verhaal over hoe op 13 mei 1940, naar men zegt in opdracht van Winston Churchill, de diamanten veilig werden gesteld voor de Duitsers ze in handen zouden krijgen.

In 1958 vertelde procuratiehouder Mientje Tan erover: ‘(…) de oude meneer Johan zat achter zijn bureau en zei: Alle diamanten inpakken. (…) Toen hebben we een sloop gepakt en alle diamanten zijn zomaar in dat kussensloop gegooid. We bliksemen alles erin, zei de oude meneer Johan. Dat deden we. En toen kwam de zoon Jan en die nam alles mee. (…) En zo ging alles naar Londen en het was de grootste voorraad industriediamanten die er in West-Europa was. Ik ben er zelf bij geweest.’

Goed verhaal. Misschien dat ergens in een kiertje van het huis op Sarphatistraat 66 nog een weggesprongen diamantje ligt.

Dit jaar is het 200 jaar geleden dat Johann Heinrich werd geboren en 130 jaar geleden dat de architect J.H. Schmitz stierf. Zal iemand nog af en toe aan hem denken?

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over