Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Ik buig mijn hoofd voor dat wat pijn doet en wacht af tot ik nieuwe kleuren zie, intussen meeneuriënd met Kermit de Kikker

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Het valt niet mee niet somber te zijn. Vergeef me de verbastering van het mooiste nummer van Kermit de Kikker, It’s not easy being green, het deuntje speelt steeds in mijn hoofd. De laatste weken slaat de zwaarmoedigheid toe. Ik probeer haar onder een tapijt van grappen te steken, maar soms is er geen redden aan.

Ach, wie staart niet wezenloos naar vluchtelingen, defensiespecialisten, de man met het wassen gezicht die de wereld in zijn klauwen heeft? ‘Tel je zegeningen!’ roepen hedonisten, in het licht van oorlog is niets meer erg. Maar in het licht van oorlog lijkt vreemd genoeg alles erg.

Ik schaam me voor mijn zwaar gemoed. En waarschijnlijk heb ik het nog over mezelf afgeroepen ook. Want ik ben mijn verdedigingsmechaniek kwijt.

Waar ik voorheen, al dan niet terecht, ellende redelijk van me kon laten afglijden en zelfs het glas dorst te heffen, omdat we moesten vieren hoe goed wij het hebben, lukt het nu niet. Ik ben een filter verloren. En niet alleen wat betreft het nieuws. Een onvoldoende van mijn kind, dat zielige songfestivalliedje, mensen vol gezichts­tatoeages die uitdagend kijkend over de kermis in het Westerpark zwaaien met nepvuurwapens, het triggert en beangstigt me, alsof er geen ellendehiërarchie is.

Nadat ik een half jaar geleden de grond onder mijn voeten verloor en me bevond in een medische draaimolen, heb ik er alles aan gedaan om mezelf te redden. Daarom bezocht ik niet alleen neurologen, ik ging ook in therapie. Want lichaam en geest hebben een merkwaardig huwelijk, dus wie weet wat oud zeer, trauma en overlevingstactieken hebben veroorzaakt. Ik deed EMDR, sprak met deskundigen, stapte in een ijsbad van Wim Hoff.

Ik heb nog net niet met paarden gepraat, maar sluit voor de toekomst niets uit. Want dit opruimen van zolder en kelder heeft me veel gebracht, Ik leerde dat mijn coping­strategie – niet piepen, doorharken, je vooral niet te hard laten raken, altijd alles van je áf lachen – misschien wel nuttig, maar niet altijd gezond was. En legde het pantser van ‘niet te raken’ naast me neer.

Nu ben ik naakt. En geraakt. Een therapeute stelde me deze week gerust en zei: “Dit zijn groeipijnen. Je ontwikkelt vanzelf nieuwe strategieën, waardoor de wereld niet zo hard binnen beukt. Heb vertrouwen.”

Dus dat probeer ik. Een beetje te hard en krampachtig ongetwijfeld. Want ergens gaat er een stem door me heen: ‘Zeik niet. Gewoon doorharken.’ Maar dat doe ik dus niet meer. Ik buig mijn hoofd voor dat wat pijn doet. En wacht af tot ik nieuwe kleuren zie, intussen met Kermit meeneuriënd: ‘But green’s the color of spring. And green can be cool and friendly-like. And green can be big like an ocean. Or important like a river. Or tall like a tree. When green is all there is to be. It could make you wonder why. But why wonder why wonder. I am green, and it’ll do fine. It’s beautiful, and I think it’s what I want to be.’ “But green’s the color of spring. And green can be cool and friendly-like. And green can be big like an ocean. Or important like a river. Or tall like a tree. When green is all there is to be. It could make you wonder why. But why wonder why wonder. I am green, and it’ll do fine. It’s beautiful, and I think it’s what I want to be.’

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over