null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

‘Hou je hart vast op maandag, want dan is de kans op een infarct het grootst’

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

De boom stond er nog.

Als ik over de Plantage Middenlaan fiets, controleer ik of de boom er nog staat. De boom pal voor de grote deuren van het Groote Museum. Een soort poortwachter. De boom die eigenlijk tijdens de renovatie van het gebouw had moeten sneuvelen om de ingang toegankelijker te maken. Protesten van onder anderen omwonenden zetten een streep door dat dwaze plan.

Maar je weet maar nooit. Achteraf zeggen dat er ‘iets’ is fout gegaan (het omzagen van een boom) is altijd makkelijk.

Ik was de poortwachter van de poortwachter. En gerustgesteld.

Vlak voor het museum fietste ik door een walm van dierlijke uitwerpselen.

De zomerhitte maakt geuren nog intensiever.

Ik stopte en zette mijn fiets vast aan het hek van Artis, om vervolgens het nog niet zo lang geleden geopende Groote Museum te bezoeken. Het museum dat met techniek een verbinding zoekt tussen mens, dier en plant en de boodschap verkondigt dat we zorg moeten dragen voor onszelf én de natuur. (Laten staan die boom!)

Zoiets. De ingang is niet bij de grote deuren en de boom, maar aan de achterkant, aan het Artisplein.

Ik liep wat rond, zwetend en verhit.

Bij zo ongeveer de eerste vitrine las ik: ‘Hou je hart vast op maandag, want dan is de kans op een infarct het grootst.’

Het was maandag.

Ik begon opnieuw te zweten.

Ik zag de huid van een meterslange Birmese tijgerpython hangen, wat niet goed was voor mijn hart. (In dromen kom ik vaak aan mijn einde als een slang me bijt of wurgt.)

In een andere vitrine de tekst: ‘Een mens verliest 480 gram huidschilfers per jaar.’

1,32 gram per dag. Te verwaarlozen toch?

De tekst was met witte viltstift op een zak geschreven. Onder in de zak een bruinig, vies goedje.

Onder de eerste tekst de zin: ‘Dit is 80 gram huidschilfers verzameld in twee maanden tijd.’

Ik kon er niets menselijks meer in zien.

Waar blijven al die schilfers, vroeg ik me af. Onder de bank? In de bestekla?

Er was ook een geurtunnel.

‘Ga de tunnel in en merk hoe intensief je reageert op geuren. Ze doen iets met je. Ze roepen emoties en herinneringen op die bij iedereen verschillen. Misschien walg je van iets dat een ander verzaligd opsnuift. Misschien herinner jij je een vergeten liefde of dat je moest overgeven in de speeltuin. Vraag je niet af wát je ruikt – voel wat het in je losmaakt.’

Wat een teksten in dit museum.

Maar goed. Ik liep door de gang. Ik rook.

Natte hond.

De inhoud van een stofzuigerzak.

Niets dat me aan mijn jeugd deed denken.

Er kwam ook geen vergeten liefde naar boven.

Wel het beeld van een woedende ex-geliefde die de inhoud van een stofzuigerzak – met ongetwijfeld veel grammen huidschilfers – door mijn kamer gooide. Waarna het nog maanden naar natte hond rook.

Levend verliet ik het museum en liep ik de Plantage Middenlaan op.

Ik hield mijn hart vast.

De boom stond er nog.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.