null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Hoe klein is je wereld, als je de kartelranden van postzegels bekijkt

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Parijs.

Daar moest ik aan denken toen ik langs de opgebroken Nieuwezijds Voorburgwal liep.

Er was een soort parkje verrezen bij het Betty Asfalt Complex. Het Postzegelpark. Zo genoemd omdat op deze plek de postzegelmarkt was, en nog steeds twee keer per week is te bezoeken.

Park is een groot woord voor deze autoluwe zone. Veel groen, maar ook veel steen, en bankjes. Maar de zon scheen, en ik moest aan Parijs denken.

Te lang niet in Parijs geweest, denk ik.

Toen tingelde er een tram dwars door het park. De 12.

Ik ging op een bankje zitten. En visualiseerde de kraampjes van de postzegelmarkt. Ik ben wel eens langs de kraampjes gelopen. Een kleine wereld in een grote stad. Mannen die geheimtaal spraken. Ik had het idee dat wat er op de tafels lag een soort afleiding was, en dat de echt dure waar elders was te bezichtigen.

Ik durfde nooit lang stil te staan bij een kraampje. En het postzegelvirus kreeg ook geen vat meer op me.

Het is nooit iets geworden tussen mij en postzegels. Al heb ik nog wel ergens een postzegelalbum. Albumpje, moet ik zeggen. Blauw.

Het zit in een van de schoenendozen vol snippers geschiedenis (waarom bewaar je alle ansichtkaarten die je ooit kreeg, en bonnetjes, bioscoopkaartjes, etc.?). Vol waardeloze postzegels. Postzegels die iedereen al had.

Beginnerszegels. Afval uit de albums van mijn vader. Daar kon ik het dan, filatelist is de dop, mee doen toen ik in een wilde bui aangaf ook postzegels te willen sparen.

In een la van zijn bureau dat op de slaapkamer van mijn ouders stond, bewaarde hij zijn albums. En catalogi. En een paar pincetten in een foedraal. En het vergrootglas met het lampje dat hij dicht bij de zegels hield om de kartelranden te bestuderen. Te kijken of hij oneffenheden kon ontdekken, want de randen van postzegels waren even belangrijk als de afbeelding.

Hoe klein is je wereld dan, als je de kartelranden van postzegels bekijkt.

Ik had het geduld en het talent niet voor het verzamelen van postzegels.

Tot ontsteltenis van mijn vader heb ik al in mijn eerste dagen als verzamelaar de meest waardevolle zegel die hij me gaf – beginkapitaal, zei hij erbij – met een buurjongen geruild tegen een stapel stripbladen (Sjors). Ik weet al niet eens meer om welke zegel het ging, maar de stripbladen heb ik nog (ook ergens in een doos).

Mijn vriend Hartjes – voor korte tijd in de ban van de postzegel – is een keer naar de rommelmarkten in Parijs geweest om daar op zoek te gaan naar zeldzame zegels. Hij hoopte er een Rode of Blauwe Mauritius te vinden. Hij kwam terug met een lamp waarvoor hij te veel had betaald.

Daar is de 12 weer. Mooi stadsparkje wel, dit Postzegelpark. En goede bankjes om op weg te dromen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over