Tinkebell. Beeld Artur Krynicki
Tinkebell.Beeld Artur Krynicki

Hoe het afgekeurde monument op de Dam er – jammer genoeg – toch kwam

PlusTinkebell

Tinkebell

November 1945.Er waren al zeker driehonderd comités die een monument wilden laten maken ter nagedachtenis aan de oorlog. De Nederlandse Kring van Beeldhouwers vreesde een vloedgolf aan artistiek weinig geslaagde gedenkplaatsen en verzocht de regering om een monumentenstop. Dit werd gehonoreerd.

Er kwam een centrale commissie en die adviseerde de regering zich te richten op een monument voor koopvaardij, een legermonument bij de Grebbeberg, een monument bij de erebegraafplaats in Bloemendaal en een nationaal monument op de Dam.

De geschiedenis van dat laatste begon ooit met een vrijheidsboom, toen een beeld van een feniks en daarna maakten de ­architecten Van der Steur en Komter een ontwerp voor een tijdelijk monument: een gebogen muur met nissen voor urnen met aarde die was gedrenkt in het bloed van martelaren uit elke provincie én uit Nederlands-­Indië. Het idee was dat het definitieve monument later óp die aarde geplaatst zou worden, zodat het in de meest letterlijke zin op nationale grond zou staan.

Voor het definitieve monument werd kunstenaar John Rädecker benaderd. Hij had al een ontwerp aangeleverd voor een monument in het Weteringplantsoen. Omdat de commissie het wat tricky vond om zo’n groot plein als de Dam slechts aan een kunstenaar over te leveren, werd architect J.J.P. Oud erbij gevraagd.

Die merkte al vrij gauw dat Rädecker niet van plan was erg van zijn oorspronkelijke schetsen af te wijken, dus na vele pogingen schikte hij in en deed hij zijn best om dit niet zo passende ontwerp dan maar zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen op de Dam.

Dit betekende onder andere dat de aarde niet, zoals bedoeld, ónder het monument, maar ín het monument terechtkwam. Maar er was meer. Het monument moest voor íedereen herkenbaar zijn. De door Rädecker ontworpen beeldhouwwerken – die het verzet van de arbeider en van de intellec­tueel (men ging er toen nog vanuit dat Nederland heldhaftig in verzet was gekomen), smart en trouw, en natuurlijk de symbolen van overwinning en vrede en een nieuw leven zouden verbeelden – waren dus onvoldoende.

Daarom werden er ook nog maar wat teksten toegevoegd: een onbegrijpelijk gedicht van dichter A. Roland Holst, dat zo onleesbaar in de muur werd gegraveerd, dat later een plakkaat werd toegevoegd waarop je wél kon zien wat er stond, een Latijnse tekst die niemand snapte, en nog een uitlegtekst op de muur waarin de urnen zaten verborgen.

O, en nérgens een verwijzing naar de Jodenvervolging en sowieso eigenlijk niets zichtbaars dat concreet naar de jaren ’40-’45 verwees.

Enfin. Drama.

Dat vond de kunstcommissie ook en die wees het ontwerp resoluut af. Maar ja, het volk hè. Het volk zou niet accepteren nog langer op een herdenkplaats te moeten wachten. Zo was de gedachte van de minister.

En daardoor... plaatsen wij vandaag nog steeds kransen bij een, inderdaad, artistiek weinig geslaagd monument. Jammer.

Tinkebell schrijft elke week een column in Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over