Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hij kijkt naar binnen, de lichtjes in de kerstbomen lijken misplaatst

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Weer loopt hij door verlaten straten.

De hond doet een ongeïnteresseerde plas tegen een pui.

Weer kijkt hij door de ramen naar binnen – net als in de vorige lockdown.

Een oudere vrouw zit met Eenzaamheid aan de eettafel.

Ze houden niet van elkaar.

In de vensterbank een kerststukje met kaars en rode kerstbal met sneeuw.

Ofschoon het donker is, is de kaars niet aangestoken.

Even verderop ziet hij een echtpaar op de bank zitten. Ze kijken tv. Beiden hebben een fles naast zich. De man zelfs twee. Whisky en cola. Zij een fles wijn. Tevredenheid moet daar uit de alcohol komen.

In het souterrain op de hoek ziet hij een man die een boek leest. Je kunt op straat zijn muziek horen. Bach. Weihnachtsoratorium.

Het boek is: Klassieke Haiku.

Hij wandelt verder en probeert een haiku te verzinnen.

‘Keiharde lockdown
De eenzaamheid als wapen
Troost, kom maar binnen.’

En ook:

Waar is het virus?
Zo laf die onzichtbaarheid.
Kom, laat je nu zien!

Na twee jaar is afstand houden onderdeel geworden van het dagelijks leven. Het is tegengesteld aan de noodzakelijke boodschappen die over de mens worden uitgestrooid: kom nader tot elkaar, bemin elkaar, zorg voor elkaar, reik elkaar de hand, omarm elkaar… Zinnen die niks meer voorstellen. Net as uit het crematorium. De viruswind waait het weg.

De afstand tot elkaar wordt mettertijd groter. Alsof woorden binnen 1,5 meter uitgesproken moeten worden, willen ze hun kracht behouden. Alsof woorden door de afstand vanzelf veranderen in haat en belediging. Onze adem draagt niet alleen het gevaarlijke virus uit, maar vermoedelijk ook een rotte vocabulaire.

Verandert dit virus onze mentaliteit?

Welke mentaliteit? We zijn tijgers die doen of we poesjes zijn, wolven die zich voordoen als puppy’s. Ons gedragen als weerloze puppy’s en poesjes is net doen of dat beschaving is.

Hij loopt verder. De lichtjes in de kerstbomen lijken misplaatst.

Maakt het virus ons solidair?

Ja. Solidair in onze agressie. De korte lontjes verzamelen zich en die groep wordt steeds groter. Agressie vreet humor. Het doodt de relativering. Dit is de tijd van het welbewuste misverstaan.

Aan het eind van de straat ziet hij een vrouw.

Hij herkent haar. Het is zijn eigen vrouw.

“Waar blijf je?”

“Wandelingetje.”

“Je zou een klein rondje doen. Je bent al een uur weg.”

Samen lopen ze verder.

“Donderdag boosteren,” zegt ze.

Hij knikt.

“Wat doen we met kerstmis?”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over