Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Het weglachen, bagatelliseren of negeren van dit fascisme heeft niet gewerkt

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Het was precies een jaar geleden dat gewelddadige Trumpisten het Amerikaanse Capitool bestormden, toen een verwarde man bij het huis van Sigrid Kaag werd opgepakt. Je zou het symbolisch kunnen noemen, ware het niet dat geweldsuitbarstingen en intimidatie inmiddels zo vaak voorkomen, dat het eerder stom toeval is.

De man had een brandende fakkel bij zich. Uiteindelijk is alles een herhaling. De fakkel kon zo zijn meegenomen uit de nazistische mars in Charlottesville, Amerika van een paar jaar ­geleden. Wie toen en vorig jaar 6 januari dacht dat zulke dingen in Nederland niet konden ­gebeuren, had niet goed gekeken toen tractoren provinciehuizen bestormden, of toen mensen na de moord op Fortuyn de parkeergarage van het Binnenhof in de fik staken.

In eerste instantie dacht ik na de arrestatie bij Kaags huis aan de ongekende bloeddorst die in sommige mannen loskomt als het gaat om ­vrouwelijke leiders: Femke Halsema, Elizabeth Warren, Sharon Dijksma, Hillary Clinton. Over die laatste scandeert Trumps aanhang nog altijd: ‘Lock her up!’ In 2016 kreeg men daar nog koude rillingen van, nu valt het niemand meer op. Geweldsfantasieën en fascistische taal ­behoren inmiddels tot het standaardrepertoire van menig politieke stroming.

Toch was deze week niet zozeer spraken van misogynie, in elk geval niet exclusief, want de arrestant had eerder al bij Hugo de Jonge op de stoep gestaan. Wie de beelden bekeek van een eerder interview met de man zag vooral een slachtoffer van de bezuinigingen op de GGZ. Juist mentaal kwetsbare mensen zijn zeer ­ontvankelijk voor de giftige, hatelijke retoriek die uit bepaalde hoeken dagelijks en luid klinkt. Politici die elke menselijke tragedie of crisis aangrijpen om er een lucifer bij te houden, om de razernij en agressie, het vijanddenken en wantrouwen nog verder te laten oplaaien. Als het misgaat, wassen ze hun handen immer in onschuld.

Het is pijnlijk dat zoveel activisten de opkomst van dit onmiskenbare fascisme al zoveel eerder signaleerden, en daarvoor werden bespot en ­beschimpt. Nu lijkt Den Haag langzaam wakker te schrikken. Het weglachen, bagatelliseren of negeren van dit gevaar blijkt niet te hebben ­gewerkt.

En dus klinken nu grote woorden over kernwaarden, het beschermen van de democratie. Helaas doemt bij mij vooral de vrees op dat die woorden te laat komen. Dat de geest al uit de fles is, en dat te veel mensen te diep zijn weg­gezakt in hun parallelle werkelijkheden om nog tot rede te worden gebracht. Den Haag mag daarbij ook naar zichzelf kijken.

Er is een vreemde spagaat ontstaan: achtervolgd door populisme en ressentiment voelden politici zich verantwoordelijk om iedereen ­binnenboord te houden. Alleen werd daarbij te vaak gretig en nederig de mythe omarmd dat je maar naar iedere mening en stem moet luis­teren. Dat elk sentiment, ook al druipen de haat, ongeïnformeerdheid en het gif ervan af, het ­verdient om gehoord te worden.

Maar doordat er geen ethische grenzen werden gesteld, voelden velen zich gesterkt in hun overtuiging dat zij de democratische orde nog ­verder op de knieën konden krijgen. Desnoods niet langer vreedzaam.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over