null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Het was niet het eerste Amsterdamse waterlijk van het jaar

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Bijna twee weken geleden dreef in het water bij de Duivendrechtsekade en de Weesperzijde een lichaam. Iemand zag dat, belde de politie en niet veel later werd een overleden man uit het water gehaald. Over de toedracht en de identiteit was nog niets duidelijk, de politie hield alle scenario’s open.

Het is een wat desolate plek om daar dood op het droge te worden getrokken, zo tussen het afvalpunt Rozenburglaan aan de Weesperzijdekant en het industrieterrein aan de Duivendrechtsekadekant.

Ik fietste er deze week langs. Het was koud, grijs, somber. En er was natuurlijk niets te zien.

Er lagen ook geen bloemen.

Het was niet het eerste Amsterdamse waterlijk van het jaar.

Begin januari werd ook al een man uit het water achter het Centraal Station gehaald. Een dag later meldde de politie dat men nog niet wist wie de man was, maar dat een misdrijf werd uitgesloten.

Dan zou je zo ongeveer in beide gevallen kunnen weten wat er is gebeurd.

Jaren geleden las ik in een krant dat een groot aantal van de uit het water gehaalde mannen de gulp nog open had staan. Een politiewoordvoerder zei dat de meeste slachtoffers in beschonken toestand op de kade hun gulp hadden losgeknoopt (of de rits naar beneden hadden getrokken) om in het water te urineren. En toen in het water waren gekukeld. En verdronken. Dat geldt voor het merendeel van de lijken die per jaar uit de Amsterdamse wateren worden gevist.

Al die toekomsten nog in het verschiet.

Ik herinner me van een paar jaar geleden de verdwenen wijnhandelaar Gijs Thio. Hij kwam niet thuis, zijn fiets werd nog ergens gevonden, maar zijn lichaam niet.

Ik zeg nu wel een paar jaar, maar het is in februari alweer tien jaar geleden dat hij spoorloos was (ja, ja, de tijd…). Vrienden deelden flyers uit, zochten de media op in een poging hem weer te vinden. In maart 2011, een maand na zijn verdwijning werd zijn lichaam uit het water van het Oosterdok gehaald. De politie ging niet uit van een misdrijf. Ze hielden wel rekening met de mogelijkheid dat Gijs Thio onderweg naar huis tijdens het plassen in de gracht was gevallen.

Anna Enquist schreef een in memoriam voor Gijs Thio, een ‘omgekeerd’ gedicht. Ze laat Thio weer uit het water komen. De laatste strofen van Ommekeer:

Daar is de man. Hij verrijst met de armen

gespreid, zijn grimas wordt een glimlach.

Wijdbeens op de wal knoopt hij langzaam

zijn gulp dicht. Hij verdwijnt achteruit

op zijn fiets in de nacht.

Ook een mooie manier om iemand levend te houden.

Ik kan niet ontkennen dat ik me er ook wel eens aan heb bezondigd: in het water plassen. Het is een soort ultiem gevoel van vrijheid, dat plassen in de gracht, anders kan ik het niet omschrijven.

Maar ik ben er nooit in gedonderd.

Misschien is dat met de man die uit het water werd gehaald bij de Duivendrechtsekade en de Weesperzijde wel gebeurd. Na een feestje bij iemand thuis. Of misschien gleed hij uit en belandde hij zo in het ijskoude water.

Hoe dan ook een stomme dood.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over