Column

Het sterven begint pas echt als we een kind krijgen

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik ben al bijna vier jaar bezig met het schrijven van een kinderboek. Toen ik hoorde dat mijn vrouw zwanger was, ben ik begonnen.

In een van mijn favoriete films, Things To Do In Denver When You're Dead, runt Andy Garcia een bedrijfje dat de zalvende woorden van stervende mensen op video opneemt voor hen die achterblijven. Ik ben nooit stervende geweest, maar in feite ben ik het altijd al geweest.

We zijn allemaal stervende. Het sterven begint namelijk op het moment dat we geboren worden. Maar het sterven begint pas echt als we een kind krijgen.

Ik ben alleen maar bezig met het meegeven van en het doorgeven van: het ouderschap is een soort oneindige essentie-estafette.

Want als alles goed gaat, leeft onze zoon zo'n dertig à veertig jaar door als mijn vrouw en ik al dood zijn. Dan staat hij voor ons gezamenlijke graf met een bosje tankstationbloemen. Volwassen en verdwaald. Ongelukkig en gebroken. "Wat is de essentie van het leven?" vraagt hij dan, terwijl twee babywormen verstoppertje spelen in mijn oogkassen.

Vier jaar geleden begon ik aan het schrijven van een kinderboek voor mijn zoon. Ik wilde hem laten lachen en zo begon ik ook, maar het boek is steeds serieuzer geworden. Ik schreef voor een kind en dat vond ik heerlijk, want voor een kind heeft een woord gewoon één betekenis, voor een volwassene heeft elk woord meer betekenissen.

Door simpelweg te leven, krijgen woorden heel andere betekenissen. Een druif is een druif, totdat je tweejarige dochter in een druif stikt. Sophie is een vrouwennaam, totdat Sophie je hart breekt. En seks is gewoon seks, totdat je sterft aan een longontsteking.

Het kinderboek gaat overigens over een preutse naaktslak en een andere slak die zonder huisje door het leven wil gaan.

De naaktslak heeft een tuinbroek van gras genaaid en de huisslak heeft hondenpoep op haar huisje gesmeerd, omdat ze mensen altijd in hondenpoep ziet stappen.

Ze denkt dat mensen het lekker vinden om in hondenpoep te stappen. Ze wacht op die ene schoen, zodat ze in alle vrijheid verder kan leven.

Dan wordt de naaktslak op een ochtend wakker. De politie staat voor haar deur. In het wetboek der buik­potigen staat immers dat naaktslakken geen kleding mogen dragen. Op diezelfde ochtend wordt ook de huisslak door zes agenten van haar bed gelicht. Een huisslak moet te allen tijde een huis dragen.

De twee slakken ontsnappen uiteindelijk samen uit de gevangenis. Ze laten een spoor van vernieling achter. Thelma & Louise. Langzaam kruipen ze in de richting van de afgrond. De wind waait door hun oogtentakels. Ze schuiven over de rand en vallen honderden meters naar beneden. Zo snel zijn ze nog nooit geweest. In een volgend leven willen ze vlinders zijn. Want vlinders zijn altijd mooi. Vlinders mogen alles.

De naaktslak is niet meer naakt. Ze draagt de wolken. En de huisslak is nog nooit zo ver van huis geweest.

Ze liggen op de grond. Voorgoed ontsnapt aan de gevangenis die andermans vrijheid kan zijn. Ze liggen op de grond. In jurkjes van bloed.

Reageren? james@parool.nl

Meer over