PlusMaarten Moll

Het mooiste geluid dat er bestaat

Maarten Moll
Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Nog even over de geruimde bomen bij het station van Diemen.

Gisteren kwam ik er weer langs, en ging ik weer op het bankje zitten. Iets trok me naar die naargeestige plek toe.

Naast me nam een man plaats. Hij zat voorover, steunde met zijn oude handen op een wandelstok. We staarden samen over de treurige vlakte waar de bomen stonden. Ramptoeristen.

“Jammer dat het nu minder ruist hier,” zei de man. “Het ruisen van de bomen is het mooiste geluid dat er bestaat.”

Hij wist het dus ook.

Ik heb er lang geen oor voor gehad, voor het ruisen van de bomen. Tot M. me meenam naar een geweldige plek bij de splitsing Zunderdorp-Watergang (de twee bruggen over, achterlangs bij de volkstuinencomplexen, over de Zwartegouw, de Buiksloterdijk, een bruggetje over, langs de hond, en dan ben je er).

Daar staan een paar bomen. Populieren, geloof ik. (Weg geheime plek.)

“Doe je ogen dicht en hou een paar minuten je mond.”

Eerst nog lachen. Dan het overleveren aan het geruis. Wat een prachtig, licht geluid. Merkwaardig rustig en leeg werd ik ervan. Energiek ook. Ben er geregeld teruggekeerd.

Ik vertelde de man naast me een verhaal dat ik gehoord had. Over een vrouw die heel erg hield van het geruis van populieren. Ze hield er zo van dat ze haar man vroeg een populier in hun achtertuin te planten. Zodat ze de hele dag naar het geruis van de populier kon luisteren. De man had dat botweg geweigerd.

De man naast me schudde zijn hoofd.

“Waarom weigerde die man dat te doen?”

“Dat vertelt het verhaal helaas niet,” zei ik, “ik had dat ook wel willen weten.”

“U vertelt me een half verhaal?” zei de man.

“We kunnen erover fantaseren,” zei ik.

“Die vrouw is toch wel meteen bij die vent weggegaan?”

“Geen idee, ik hoop het wel.”

“Ik had dat meteen gedaan, echt, ik had meteen dezelfde dag een boom voor haar geplant. Dat is toch liefde? En als ik die vrouw was geweest, had ik mooi de benen genomen.”

“Ik ook,” zei ik.

“Wist je dat populierenhout gebruikt werd voor het vervaardigen van kunstbenen?”

Dat wist ik niet. We keken een tijdje naar een man die met een schep een boomstronk aan het uitgraven was.

“Mijn vrouw heeft me nooit gevraagd een boom voor haar te planten.”

“Vindt u dat jammer?” vroeg ik.

“Ja,” zei de man terwijl hij opstond. “Heel jammer, want als er een boom had geruist in onze tuin had dat wel iets uitgemaakt.”

Ik wilde hem tegenhouden, doorvragen. Maar iets weerhield me, en ik liet hem wegkomen met een half verhaal.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

m.moll@parool.nl

Meer over