Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Het huis van Harry Mulisch zag er verwaarloosd uit

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Er moest nog maar blijken dat hij sterfelijk was.

En toen stierf hij. Op 30 oktober 2010. Ik zie tv-reporter Gerri Eickhof nog staan op het Leidseplein. Hij zag er een beetje ontredderd uit, alsof ook hij niet kon geloven dat de grote schrijver toch was doodgegaan op de jeugdige leeftijd van 83 jaar.

Harry Mulisch.

De laatste week, na het verschijnen van de biografie over Hella Haasse, nog wat meer de grond ingetrapt.

Hij zou niet meer gelezen worden.

Niemand heeft het meer over hem.

Hella Haasse schreef beter.

In dat laatste ga ik niet mee. Ik ken geen schrijver die me zo in een boek heeft weten te zuigen als Harry Mulisch deed met De ontdekking van de hemel.

En Oudste Dochter noemde laatst zijn naam nog toen we het over verjaardagscadeautjes hadden. (Ze kreeg voor haar zestiende De aanslag en vond het een mooi boek.)

Dus…

En heeft Hella Haasse een eigen museum?

Omdat ik in de buurt was fietste ik langs zijn huis op Leidsekade 103, dat jaren geleden is omgedoopt in Het Harry Mulisch Huis. Met de werkkamer van de schrijver die er nog precies zo uitziet als bij zijn verscheiden. Met pijpenrek.

Maar ik zag geen bordje met zoiets als: ‘Hier woonde de beroemde schrijver Harry Mulisch’.

Tram 1 kwam voorbij.

Het huis zag er verwaarloosd uit. Alsof het zich al een tijdje niet had gewassen. Met ongepoetste tanden stond het daar. En niet al te fris ogende vitrages voor de ramen.

Op het hekje voor de ramen op de derde verdieping twee zilverkleurige plantenbakken. Wat eruit omhoogstak had betere tijden gekend, en stond er nu morsdood bij. Niemand die zich erom bekommerd had.

Door een wat ondoorzichtig ruitje op de tweede verdieping zag ik een stellage staan met pakken levensmiddelen. Een grote doos cruesli van Quaker. Voor het linkerraam op de bovenste verdieping hing een witte ster voor het raam.

Was het nog wel een museum?

Ik keek nog eens naar het huis. Een man in een groezelige, grijze badjas waarop gemorst was.

Even verderop het iconische Café Americain waar Harry zichzelf liet omroepen. “Telefoon voor de heer Mulisch!” Waarop Mulisch als een koning door de drukke ruimte schreed, op weg naar de kiestoon. Sommigen vinden dit pedant gedrag, maar ik vind het vooral komisch, want er school meer humor in hem dan in veel andere schrijvers (ik noem geen namen).

Bijna was ik weggefietst, maar toen zag ik dat een DHL-koerier voor het huis stopte. Hij zette zijn fiets op de standaard en liep naar de deur, met een pakket in zijn handen. Belde aan.

De deur ging open, maar ik kon niet zien wie er in de deuropening stond. Even meende ik een oud, 94-jarig, bibberig handje te zien dat het pakket aanpakte. Maar dat was vast zinsbegoocheling.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over