Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Het hoerenboompje. Zo noemden we de kerstboom bij mijn ouders

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

In het raam van de recreatiezaal van het verzorgingstehuis hiertegenover staan twee kerstmannen. Slanke modellen in wit en grijs.

Witte mantels, witte mutsen, grijze broeken.

Een verrassende kleurstelling. De kleurloosheid ervan, bedoel ik. De bleekheid. Alsof het vooraankondigers zijn van de dood, maar misschien is dat te luguber gedacht.

Waarom niet een lekkere dikke kerstman in een rode jas en met een rode muts op zijn hoofd (maal twee). Er stond per slot van rekening ook een enorme Sinterklaas in vol ornaat in het raam.

De witte kerstmannen hebben ook maar een lullig klein zakje over hun schouder geslagen. Er past net een niet al te grote kerststol in.

Ik vind het iets sadistisch hebben, die twee kerstmannetjes. Ze halen alle kleur uit het leven. En ze staan ook met hun rug naar het raam, alsof ze de wacht houden op wat er daarbinnen gebeurt. Dat ze erop letten dat er niet te veel van de kerstkransjes wordt gesnoept. (Nu denk ik aan de film Bad Santa met Billy Bob Thornton in de hoofdrol. Niet de beste kerstfilm.)

Misschien dat er deze week in de recreatiezaal met vereende krachten mooie rode mantels voor de kerstmannen zullen worden geknutseld. Ik houd het in de gaten.

Ik zag ook nog geen kerstboom aan de overkant. Helemaal treurig.

Ondertussen staat er hier in de kamer toch weer een. Elk jaar ben ik er niet happig op dat groen binnen te halen, al die naalden overal, maar dan zwicht ik onder de enorme druk van de dochters uiteindelijk toch, zodat vlak voor kerstavond het ding er staat.

Zover kwam het dit jaar niet. Toen ik die treurige, bleke kerstmannen zag staan ben ik er meteen een gaan halen. Een kleintje, maar toch.

En elk jaar moet ik dan denken aan het hoerenboompje. Zo noemden we de kerstboom bij mijn ouders.

Geen idee wie die naam heeft verzonnen, maar het kwam door de gekleurde lichtjes. Niet van die pietepeuterige lampjes ter grootte van een speldenknop die je nu in slierten van drie kilometer bij de Blokker kunt kopen, maar grote lichtjes in de vorm van kaarsen. Vooral veel rood, dus.

Van lelijkheid weer mooi.

Er is weleens een buurvrouw komen klagen. De goede naam van de buurt. Of mijn moeder de gordijnen maar vroeg wilde sluiten.

Ik ben van plan de kerstboom op het Brusselse kroegtafeltje voor het raam te zetten. Met die sliert gekleurde lichtjes erin. En de auto met de kerstboom op het dak, het topstuk.

Niet te vergeten de lama. Want in elke boom moet iets wanstaltigs hangen.

Opdat de gloed van mijn hoerenboom de bleke kerstmannen in een mooi gekleurd licht mag zetten.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over