Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Het eeuwige verzet, ik heb het gestaakt

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

‘Ga dan! Ga weg!” Ik heb het vaak geroepen. Tamsil Calidas was een Londense yup die op zoek ging naar avontuur. Ze kocht een vervallen boerderij in de Schotse Hebriden. In het boek Ik ben een eiland verhaalt ze over de wanhopig makende jaren die volgden. Haar relatie strandde met forse klappen, de natuur keerde zich even gewelddadig tegen haar, de eilandbewoners bliefden geen buitenstaander. Op het dieptepunt moet ze met twee gebroken handen in een tochtige schuur lammeren uit haar bevallende schapen trekken.

“Ga dan! Ga weg!” schreeuwde ik. Maar Calidas herstelde, wist de eilandmensen en het leven voor zich te winnen, maakte de natuur tot vriend. Nog altijd woont ze in haar boerderij. Dagelijks duikt ze in ijskoud water waarover ze zo mooi schrijft: ‘Ik ben hier niet gekomen om te zwemmen. Ik ben naar de zee gekomen om vast te worden gehouden.’ De meesten in haar situatie waren al lang gevlucht. Maar zij bleef.

En het boek bleef heel 2021 bij mij. Want soms is verdragen wat we te doen hebben. We leven in dagen van verzet. Wat ons niet zint, moet weg. Of het nu een wankele relatie is, een pandemie, kriebeluitslag op je voet. Onvergelijkbaar uiteraard behalve op één punt: we zijn gefixeerd op fixen. Alles moet opgeruimd, weggepoetst, opgelost en uitgewist. “Ga dan! Ga weg!” roepen we tegen iedere pijn.

Maar wat als je blijft? Ja, dat betekent controleverlies, maar nou en? Er zit rust in verdragen. CNN-verslaggever Clarissa Ward vertelde deze week in de Volkskrant hoe ze na reportages in oorlogsgebieden terugkeert in het gewone leven. “Als je uit zo’n situatie komt, en je hebt zoveel adrenaline in je, dan weet je dat je gaat instorten. Het enige wat ik kan doen is een matras voor mezelf neerleggen om iets zachter te landen. Met mijn kinderen knuffelen, veel eten. En het onvermijdelijke accepteren. Want ik ga depressief worden.”

We kennen het allemaal, het moment dat we het oog van de storm zien, merken dat meubilair omhoog wordt getrokken, rotzooi en emoties rond ons kolken, we horen het debiliserende geluid van krakend hout en hoge fluittonen. Moedig zijn zij die juist dan kalm durven tot het voorbij is.

Ze raken me, deze verhalen, omdat ik in 2021 vaak in zo’n orkaan zat. De duizeligheidsmigraine die zich aandiende met vlekken in het zicht, suizende oren, het doodenge plotselinge kantelen van de eerst zo normale omgeving. Talloze keren deed ik of er niets aan de hand was. Me stiekem vastklampend aan wat er ook maar naast me stond – een paal, gebouw, jaspand van een mens – beleefd glimlachend, volledig op de buitenwereld gericht, alles negerend wat in mij speelde.

Ik heb het afgeleerd, dit eeuwige verzet. Door Calidas, Ward en ervaring begreep ik: ik kan verdragen. Dus wanneer de kolk zich aandient, ga ik zitten. Op mijn bank. In de douche. Midden op de Dam desnoods. Het verzet gestaakt. De ogen gesloten. Ik zit. Op mijn zelf neergelegde matrasje. Ik wacht. Ik blijf.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over