Beeld Artur Krynicki

Het briefje van Louis Doedel maakte diepe indruk

PlusPatrick Meershoek

Gemiddeld eens in het jaar krijg ik een telefoontje van Nizaar Makdoembaks. de voormalige huisarts uit de Bijlmer die nu zijn dagen slijt in de archieven in Den Haag en Paramaribo om zijn stethoscoop tegen de piepende borst van het koloniale verleden te houden. Nu belde hij om te vertellen dat hij tussen de modder weer eens goud had gevonden: de laatste brief van vakbondsman en journalist Louis Doedel. Hij had de brief al gemaild.

Het is een brief van lang geleden, maar hij maakt toch diepe indruk. Op 18 maart 1938 schreef Louis Doedel een briefje aan gouverneur Johannes Kielstra met het verzoek om toestemming voor het bewerken van een stuk land in Saramacca. De Surinaamse activist had eerder aangeklopt bij de autoriteiten van het district, maar daar was nooit antwoord op gekomen. Of de gouverneur hem misschien kon helpen?

Het is een rommelig briefje op flodderig papier, maar dat wekt geen verbazing. Een jaar eerder was Doedel op last van het koloniale gezag opgenomen in het krankzinnigengesticht Wolfenbuttel. Er zijn veel aanwijzingen die duidelijk maken dat de autoriteiten af wilden van de activist die vanwege zijn vurige anti-koloniale pamfletten eerder door het gouvernement was bestempeld als ‘gevaarlijk voor rust en orde’.

Het was niet de eerste keer dat activisten in Wolfenbuttel werden opgeborgen. In 1932 verdween Hugo van Vliet, een van de organisatoren van het zogeheten hongeroproer, voor twee jaar in de inrichting. Anton de Kom was na een korte celstraf op de boot naar Nederland gezet en wist daar in de Tweede Kamer aandacht te krijgen voor het lot van zijn collega-lastpak. Na schriftelijke vragen aan de minister kwam Van Vliet weer op vrije voeten.

Doedel had minder geluk. Er was niemand van statuur die aandrong op zijn vrijlating en hij bleef tot aan zijn overlijden in 1980 in Wolfenbuttel, min of meer vergeten door de buitenwereld. In het nieuwe boek van Makdoembaks over het leven van Doedel staat een hartverscheurende foto, kort voor zijn overlijden genomen, van een vermagerde, oude man met ingevallen wangen en een verwarde blik in de ogen.

Makdoembaks stelt dat Doedel gek is gewórden tijdens zijn levenslange opsluiting en voert daar documenten en verklaringen voor aan. Het nu opgedoken verzoek uit 1938 aan de gouverneur om zijn oude stiel van ­landbouwer van koffie en citrusvruchten weer te mogen oppakken, onderstreept volgens de schrijver dat Doedel op dat moment weinig mankeerde en ervan uitging de draad snel weer te kunnen oppakken.

Op die brief heeft Doedel trouwens nooit antwoord gekregen. De secretaris van de gouverneur noteerde in de kantlijn dat de briefschrijver handelingsonbekwaam was en het verzoek daarmee afgehandeld. Het is goed dat Louis Doedel op de uitbreiding van IJburg een straat naar zich vernoemd krijgt. Maar wie het werk van Makdoembaks leest, beseft met een knoop in de maag dat een straatnaam alleen maar een beginnetje kan zijn.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool en schrijft elke woensdag een column. Lees alle columns hier terug.

Reageren? patrick@parool.nl.

Meer over