Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

‘Gezonken’, was het woord dat je niet uit wilde spreken

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Er springt een man overboord.

Hij is in paniek.

Je moet goed kijken om het te zien, want het gebeurt echt. Vanaf de spiegel van een groot oorlogsschip en met de armen zwabberend probeert hij weg te vliegen.

Je moet maar hopen dat hij kan zwemmen.

Maar de man zal nooit het water bereiken. Niet omdat hij wél kan vliegen, maar omdat hij voor altijd bevroren tussen schip en zee hangt.

En omdat hij daar, in vertwijfeling, zo op het doek is geschilderd door Willem van de Velde de Jonge.

Terwijl de kanonskogels hem om de oren vliegen, en er brand woedt op het schip.

Het schilderij loste mijn verwachtingen in.

En dat springende mannetje was pure bijvangst.

Een schitterend detail waarvoor je je wel even voorover moet buigen. Zoals je lang in kromme houding kunt kijken naar details op de tekeningen en schil­derijen op de tentoonstelling die nu in Amsterdam zijn te zien.

Ik was naar het Scheepvaartmuseum gegaan om een middagje zeeslagen te kijken.

En die hebben Willem van de Velde de Oude (1611-1693) en zijn zoon Willem van de Velde de Jonge (1633-1707) veelvuldig vereeuwigd, zoals nu te zien is op de schitterende tentoonstelling Willem van de Velde & Zoon. De twee legden vele zeegezichten vast, vader tekende, de zoon schilderde.

Vooral op de grote pentekeningen van Willem van de Velde de Oude is veel te zien. De Zeeslag bij Nieuwpoort, 1653 (1654) bijvoorbeeld, of Episode uit de Zeeslag in de Sont.

Lang bleef ik voor die tekeningen staan.

Ook zoekend naar missers. Naar opspattend water waar een zijn doel gemiste kogel in het water was ge­komen.

Want een middagje zeeslagen kijken, was ook terugdenken aan B6, E9 en D2.

“Plons!” riep mijn broertje.

Stiekem scheurden we ruitjespapier uit de wiskundeschriften van onze grote broers, want op ruitjespapier zag het er echter uit.

Zeeslag spelen.

De zee mat tien bij tien hokjes. Daarop vijf schepen (een van vijf hokjes lang, een van vier, twee van drie en een van twee). En maar schieten met je kanonskogels.

Later kwam de bordversie, van MB. Fraudegevoelig, want tijdens het schieten kon je je schepen verplaatsen. “Dat kan niet, een schip kan geen knik maken!”

‘Gezonken’, was het woord dat je niet uit wilde spreken. En wat was de beste plek voor het twee hokjes ­tellende, en moeilijkst tot zinken te brengen schip?

Hele middagen speelden we het. Het spel ligt bij mijn ouders nog ergens op zolder.

Vooral die Van de Velde de Oude pakte me, de Rothko van zijn tijd. Ik drong diep in zijn rijk gedetailleerde tekeningen door. Ik zag mezelf al op zo’n oorlogsbodem de kanonnen laden.

Ik heb later nog aan die man gedacht die van dat schip springt (C7? F10?).

Werd er zwemles gegeven in de zeventiende eeuw?

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over