Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Fotograferen zou verboden moeten worden in musea

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Hoekje om, en gevonden.

Daar stond het beeld van de grondlegger van de Nederlandse beeldhouwkunst. 57 centimeter hoog. En van hout.

Calvarie. Gesneden door Claus Sluter (circa 1359-1406) ergens tussen 1395 en 1405, aldus het bordje bij het glazen kastje. De nieuwste aanwinst van het Rijksmuseum. Een topstuk. Uniek. Extreem bijzonder. Een paukenslag.

Voor de vitrine met het beeldje stond een man. Ik zou de komende minuten alleen de achterkant zien van deze meneer. Want hij was bezig met zijn telefoon. Met zijn vingers probeerde hij het beeld goed in beeld te krijgen. Tergend langzaam bewoog hij zijn vingers. Hij moest voelen dat ik achter hem stond en ook een blik op het hout wilde werpen.

Maar hij liet zich niet opjagen. En hij was niet snel tevreden. Maar uiteindelijk wendde hij zich af van de vitrine. Volgens mij had hij geen moment echt naar het beeldje gekeken. Maar ging hij thuis, of op een terras, genieten van de indirecte beelden.

“Schitterend beeldje, moet je kijken.”

Fotograferen zou verboden moeten worden in musea. Doe het gewoon met je geheugen.

Ik herinner me een bezoek aan het paleis in Versailles. Waar een losgelaten buslading dolle Chinezen en bloc al fotograferend en filmend door de zalen trok zonder halt te houden. Jongste Dochter werd bijna onder de voet gelopen, zodat ik me genoodzaakt zag diverse ellebogen en schoppen uit te delen. Er sneuvelde een bril, er vloog een schoen door de lucht, maar de rivier denderde onverstoorbaar door. Jongste Dochter kwam met de schrik vrij.

Mijn beurt. Ik keek naar het beeldje. Christus aan het kruis. Met Maria en de evangelist Johannes die er een beetje bedremmeld bij staan.

Van buxushout. Maar het deed helemaal niet aan hout denken. Het hout had de kleur van het fort waarmee ik vroeger speelde. Met torens en zo’n grote poort met dubbele deuren. Het fort dat de cowboys moest beschermen tegen aanvallen van de indianen.

Dat fort was van plastic, net als de cowboys, de indianen, de paarden en de schietgeweren.

Maar dit beeld was natuurlijk niet van plastic. Het was knap gedaan, dat moet ik toegeven. Maar ik vond het niet mooi in de zin van dat ik erdoor geraakt werd. In mij weerklonken geen paukenslagen.

Als ik het op een rommelmarkt zou zien staan was ik er met mijn handen op mijn rug langsgelopen.

Het was, met andere woorden, toch een wat teleurstellende ervaring.

Gelukkig was daar nog de zaal met de Breitners en de Marissen.

En het schilderij Juli, van Jacobus van Looy, met die intens blauwe bloemen. Mijn favoriet in het Rijks.

Ik heb er nooit mijn telefoon voor uit mijn broekzak getrokken. Omdat het zo geweldig is om er steeds weer in het echie voor te staan.

Daar kan geen foto tegenop.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over