Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Er komen nu allemaal namen bij op de monumenten in Oekraïne en Rusland

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Zo’n monument – altijd tegenover een kerk – in een klein Frans dorpje dat de gevallenen uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog herdenkt.

“Reken de gemiddelde leeftijd uit van de eerste vijf namen,” zei mijn vader.

“Nee, geen zin in, pap.”

“Toe nou… Jean Ablois, 1895-1915… Hoe oud is die geworden?”

“Laat hem nou,” zei mijn moeder.

Op een gegeven moment ben ik wel de gemiddelde leeftijd van de eerste namen gaan uitrekenen. Misschien was dat wel na de dood van mijn vader, toen ik in mijn geest zijn stem enige tijd kwijt was en ik die meende te horen op het moment dat ik voor zo’n monument stond.

“Valt mee. Deze zijn gemiddeld 31 geworden. Meestal zijn ze jonger,” zeg ik tegen mijn vrouw.

“Rare zin, eigenlijk,” zegt ze.

Ik knik.

“In Rusland en zeker in de Oekraïne heb je ook van deze monumenten. Ik ben er geweest. Kon de namen niet lezen vanwege dat cyrillische schrift. Dat vond ik erg.”

“Gek is dat. In 1914 had je loopgraven en in 2022 nog steeds,” zegt mijn vrouw, “terwijl er aan niets zo veel geld wordt uitgegeven als aan defensie.”

Als we op een terras koffie drinken, probeer ik het laatste nieuws over de oorlog op mijn mobiele telefoon te vinden.

“Leg hem nou weg,” zegt mijn vrouw.

“Ja… doe ik… Ik zie het somber in trouwens.”

“Leg hem nou even weg…”

Ik berg mijn telefoon op.

“Er komen op die monumenten in Oekraïne en Rusland nu allemaal namen bij,” zeg ik.

Mijn vrouw knikt.

Vooral de Eerste Wereldoorlog heeft in het dorp waar we zijn nogal huisgehouden. Het bevond zich destijds in de ‘Rode Zone’. De vernietiging was zo totaal en het dorp te klein om meteen te herbouwen. Dat heeft lang geduurd.

“Zullen we nog even naar Arras gaan. Het is daar gezellig,” zeg ik.

Ze denkt dat ik het niet meen en daar heen wil vanwege die Eerste Wereldoorlog. Arras is steen voor steen herbouwd. Indrukwekkend. Hoopgevend. Ik ben er al zo’n tien keer geweest.

Maar we hebben geen tijd. We moeten door. We worden verwacht bij vrienden.

In de auto zet ik meteen de radio aan.

“Ik zie meteen dat je kaken zich spannen,” zegt mijn vrouw.

Ik zet de radio uit.

“De gemiddelde leeftijd van de eerste vijf jongens was 21,” antwoord ik mijn vader in mijn hoofd, na bijna zestig jaar.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over