null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

En omdat hij dat zei, voelde ik me ook een beetje een lul

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Met mijn vriend Hartjes liep ik door het Flevopark. De traditionele nieuwjaarswandeling. Hij sleepte weer heel erg met zijn rechtervoet.

We hadden het over de laatste films die we in de bioscoop hadden gezien.

The Power of the Dog,” zei ik.

“Goede film,” zei hij.

“Vond je?”

“O, jij weer niet zeker? Maar jij bent ook voor Real Madrid, en je vindt Arjen Lubach verschrikkelijk… pardon, alleen Lubach op Zondag, en Jonathan Franzen kan er ook niets van.”

“Dat laatste moet ik rechtzetten,” zei ik, “want Kruispunt is de beste roman die ik vorig jaar las. Dus hij kan heus wel wat. Maar The Power of the Dog is de minste film van Jane Campion. Ontzettend voorspelbaar en kunstmatig en overgestileerd met die shots van de bergen in Montana. Kouwe kak.”

“Nou nou,” zei Hartjes.

“Het eerste seizoen van Top of the Lake, en Angels at My Table, kijk daar nog maar eens naar,” zei ik iets te wijsneuzerig.

Hartjes glimlachte op die onuitstaanbare manier van hem.

“Je bent weer heel erg je autonoompje aan het uitdragen, hè? En het is An Angel at My Table, by the way.”

We liepen langs het beeld van de twee worstelaars, van Hans IJdo. Twee vrouwen kwamen ons tegemoet. Vlak voor het passeren keek er een woedend naar Hartjes.

“Wat was dat?” zei ik.

“Volgens mij zag ik haar toen ik voor het laatst naar de film ging.”

“Welke was dat?”

The Lost Daughter.”

“Dat was dus wel een goede film,” zei ik.

“Dat komt omdat jij een beetje verliefd bent op Olivia Colman,” zei Hartjes.

“Ze speelde een niet echt aardige vrouw,” zei ik. “Maar vertel.”

“Het was op de zaterdag van die persconferentie. Ik had een goed plekje gezocht, flink wat stoelen van een oude man vandaan, die minutenlang had staan roepen of iemand wist of je nu wel of niet op de stoelen met plakkertjes mocht gaan zitten. En hoeveel stoelen afstand je moest houden.”

“Spannend,” zei ik.

“Toen zag ik al een jonge vrouw en haar vriend in mijn richting wijzen. En ja, hoor, ze kwam met ferme stappen naar mijn rij. En ze vroeg of ik een paar plekken op wilde schuiven zodat zij en haar vriend ertussen konden.”

“Op de beste plek dus,” zei ik.

“En toen zei ik: ‘Nee.’ En die vrouw: ‘Wat zeg je?’ En toen zei ik nog een keer: ‘Nee, ik zit hier goed.’ En die vrouw keek me aan, ze had haar vriend al gewenkt en was al een paar stappen de rij in gelopen.”

“Hahaha, heel goed, maar niet echt aardig. En toen?”

“Toen liep ze weg. Dat ze er al vanuit ging dat het goed was, stoorde me,” zei Hartjes. “En er waren nog genoeg vrije plaatsen.”

“Dat was meer iets voor mij geweest,” zei ik.

“Ja, misschien wel,” zei hij, “maar ik voelde me de hele film door toch een beetje een lul.”

En omdat hij dat zei, voelde ik me ook een beetje een lul.

“Moeten we nou aardiger worden dit jaar?” vroeg Hartjes.

Ik dacht aan Olivia Colman.

Zwijgend liepen we het park uit.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over