null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

En daarmee was de soevereiniteit van neutrale zone onherstelbaar besmeurd

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Het is ruim vijftien jaar een soort neutrale zone geweest. De kapperszaak waar ik al zo lang kom. Een vrijhaven. Er is geen plek waar ik dat heb meegemaakt.

Niet dat ik de zaak er speciaal voor heb uitgekozen, want waar ik op doel is ook voor mij een onderwerp waar ik graag mijn licht over laat schijnen. Met de grootst mogelijke autoriteit.

Maar in de kapperszaak heb ik het er in al die jaren nooit ook maar met één woord met de kapsters over gehad. Zij begonnen er niet over, en ik daardoor ook niet.

Voetbal.

Ook niet toen ik er eind vorig jaar voor het eerst werd geknipt door een man. Een man bovendien die de voornaam draagt van een Braziliaanse voetbalclub. Hij had het over zijn nog net niet geborene, en de geneugten van het kappersvak. Hij liet me zijn favoriete tondeuse zien, een goudkleurige.

Ik vind het eigenlijk wel fijn om ergens te zijn waar niet over voetbal wordt gesproken. Alsof dat het enige smeermiddel is tussen kapper en klant.

En ik vond het nog fijner als tijdens het knippen werd gezwegen. Maar dat was vroeger, toen knippen een noodzakelijk kwaad was. Het moest gebeuren, en wel zo snel mogelijk en met zo min mogelijk woorden. Ik keek de kapper nooit in de spiegel aan, en als ze toch een praatje begonnen, antwoordde ik altijd met een vrij nors uitgesproken eenlettergrepig woord. Einde gesprek.

Met de iets minder nors uitgesproken slotconclusie ‘prima’, was ik er dan weer voor een paar maanden vanaf. (Kapperstrauma dat teruggaat naar een boef van een barbier in een Doesburgs steegje, en mijn moeder die een tijd met een driehoekig, lichtblauw plastic martelwerktuig waaruit ze messen kon laten verschijnen mijn haren sneed.)

Nu ben ik milder, al zeg ik het zelf, en boom ik met de kapsters rustig een minuut of twintig – de maximale tijd dat mijn haar aandacht krijgt, waarmee ik denk ik in de onderste regionen van de modellenuitdagingstabel bungel – over puberproblemen en bloemen. Ook is tijdens een knipbeurt het oeuvre van Leon de Winter ter sprake gekomen. (De roman Kaplan was de gemene deler.)

Maar goed. Deze week werd ik weer geholpen door de man met de voornaam van een Braziliaanse voetbalclub. (Het is een ploeg uit Rio.)

Ik zag de goudkleurige tondeuse in zijn kapperskarretje liggen. Mijn ogen zochten de talkpoeder, want de vorige keer had hij talkpoeder op een blokkwast gestrooid om daarmee mijn net met een scheermes bewerkte nek te bestrijken. Een sensatie.

Nadat ik was gaan zitten en hij de kapmantel om me heen had geslagen, wilde ik vragen naar zijn kind. Maar hij was me voor. En daar rolde het bijna onvermijdelijke toch uit zijn mond.

“Hebt u de wedstrijd gezien? Was de bal in of uit?”

En daarmee was de soevereiniteit van neutrale zone onherstelbaar besmeurd.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over