Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Eigenlijk is het niet zo erg dat ik mezelf met een ander zie ­praten, zoenen of vrijen

PlusErik Jan Harmens

Erik Jan Harmens

Voetballer Jack Grealish maakte een kleine week geleden een transfer van Aston Villa naar Manchester City, waar hij honderdduizend biljoen triljoen euro per jaar gaat verdienen, maar dat is dan wel bruto. In een interview verklaarde hij dat hij bij het afscheid van zijn oude club net zo geëmotioneerd was geweest als Lionel Messi toen die zijn vertrek bij FC Barcelona aankondigde. Messi gaat bij zijn nieuwe club Paris Saint-Germain trouwens één duodeciljard biljoen biljard euro verdienen en dan niet per jaar, maar per dag.

Het verschil tussen het afscheid van Grealish en dat van Messi was dat bij Messi aantoonbaar de tranen over de wangen biggelden, terwijl Grealish zijn emoties alleen maar achteraf benoemde. “Bij het afscheid moest ik een beetje huilen,” zei hij. Een beetje huilen, dat klinkt alsof hij zich had laten gaan met de handrem erop. Doe je dat in een auto, dan begint de boel te roken.

Mogelijk zat Grealish niet helemaal in zijn gevoel, dat kan natuurlijk. Voor mij is dat dagelijkse kost, ik zit eigenlijk nóóit in mijn gevoel. Ik kan wel geëmotioneerd raken, ik ben geen robot, maar zodra bij mij een traan op het punt staat de traanbuis te gaan verlaten, denk ik: hé, een traan staat op het punt de traanbuis te gaan verlaten. Ik stel het vast en daardoor floept de traan weer terug in zijn huisje. Schokschouderend huilen heb ik wel eens gedaan, maar vaak niet op een gepast moment. Bambi trok ik slecht, maar mijn gesnik ten overstaan van mijn toen nog jonge dochter (en haar vriendinnetjes) had ik haar liever bespaard.

Als ik met iemand praat, zoen of vrij, gebeurt het vaak dat ik mezelf met die ander zíé praten, zoenen of vrijen. Ik neem ons als een buitenstaander waar en hierdoor ga ik nooit helemaal in het moment op. Ik weet niet waarom ik dit doe, want het leidt nergens toe. Een psycholoog zei dat het feit dat ik mezelf voortdurend ­observeer erop wijst dat ik altijd op mijn hoede ben. Terwijl ik luisterde naar wat ze zei, zag ik hoe ik luisterde naar wat ze zei.

Het wordt depersonalisatie genoemd, of zelfvervreemding: een proces waarbij je buiten jezelf treedt om jezelf vervolgens te beschouwen. De Zomergast van volgende week, Hans Klok, doet het me niet na. Ik moet zeggen dat ik er minder last van heb sinds ik het niet meer probeer tegen te houden. Zo erg is het nou ook weer niet om mezelf met een ander te zien ­praten, zoenen of vrijen. Wat ik me wel afvraag is: wie ben ik? Degene die handelt of degene die observeert? Of is er nog een derde ik, die zowel dat handelen als dat observeren observeert?

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over