Maarten Moll Beeld Sjoukje Bierma
Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Een tandenstoker op zoek naar een sliert spinazie was afgebroken

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

En opeens was er even niets belangrijker dan het stukje hout tussen mijn tanden.

Een tandenstoker op zoek naar een sliert spinazie was afgebroken. Het geamputeerde deel zat muurvast. Ik pakte een nieuw houtje uit het net aangebroken doosje tandenstokers om met wat goed poeren mijn gebit weer houtvrij te maken.

Tevergeefs. De berg gebruikte tandenstokers op de bank weer steeds hoger. Ik maakte mijn eigen brandstapel omdat ik zo’n zuinigerd was geweest die het huismerk tandenstokers had gekocht in plaats van de betere, maar duurdere van Jordan.

In de badkamer ging ik met flosdraad in de weer, en toen dat ook niet hielp, met een pincet. En steeds maar even met mijn tong aan dat stukje tandenstoker voelen.

Gekmakend was het, ik kon me nergens anders meer op concentreren. Het stukje hout had bezit van me genomen, beheerste mijn leven. En het liet zich niet verjagen.

De volgende ochtend – bij het ontwaken meteen met mijn tong naar het hout – belde ik mijn tandarts, tandarts H. Ik kon die middag langskomen.

Al meer dan dertig jaar behandelt hij mij. De eerste keer eind jaren tachtig. We hadden net kennisgemaakt en ik lag in de stoel voor een eerste controle.

“Jij vindt het niet leuk hier, of wel?”

“Hoe weet u dat?” zei ik.

Hij wees op mijn handen.

Die hadden de armleuningen van de tandartsstoel in een ijzeren, verwurgende greep genomen.

“Nog nooit zulke witte knokkels gezien,” zei tandarts H. En hij lachte.

Ik vertelde hem over tandarts G. uit de Achterhoek. Een beul van het zuiverste water.

“Kent u die tandartsscène uit de film Marathon Man?”

Tandarts H. schudde meewarig zijn hoofd.

Hij legt altijd goed uit wat hij gaat doen, en geeft me gewoon een verdoving als ik dat wil. Fijne kerel.

Ooit heeft hij – vier angstaanjagend dikke spuiten had hij nodig om me lam te leggen - met twee vuisten en zijn volle gewicht erachter op een abces in mijn kaak staan drukken, zodat ik, die daar als een gelukzalige junk in de stoel lag, door het afzuigslangetje dat in mijn mond was geklemd een tijdje de groengele pus voorbij zag zoeven.

Hij zweette er behoorlijk bij.

Nu zat tandarts H. al een paar minuten met verschillende haken tussen mijn tanden te wroeten.

“Dit is wel bijzonder,” zei hij, “hoe krijg je het voor elkaar?”

“Ik moest toch goed stoken met de tandenstoker?” (In de tandartsstoel ben ik altijd een gehoorzaam jongetje.)

“Wees maar niet bang, dat stuk hout krijgen we er wel uit.”

Na een minuut of tien was het karwei geklaard. Hij liet triomfantelijk het stukje hout zien.

“Hoera,” zei ik. Mijn tong vloog meteen naar het oorlogsgebied, om daar vervolgens geen weerstand meer te ondervinden. Een enorme opluchting en bevrijding kwam over me.

Ik bedankte tandarts H. uitvoerig.

Even later stond ik buiten. Weer klaar voor de wereld.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over