null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Een kruisiging en een zak patat op een van de rustigste plekken in het centrum

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

‘Hé, afstappen,” roept de man in het gele hesje die bij een afzetting bij de onderdoorgang van het Rijksmuseum staat.

“Etterbak,” zegt hij halfluid als de man met baard en knot die zich doof hield voor het gele hesje al op zijn bakfiets en met twee verveeld kijkende kinderen over de stoep uit beeld is verdwenen.

Ik loop langs hem heen en ga rechts de trap af die naar de beeldentuin voert.

Ik herinner me nog de grote ijzeren beesten van Louise Bourgeois die hier stonden. Nu zijn het beelden van Barbara Hepworth die de tuin sieren.

Het wemelt er van de toeristen, maar niet van de luidruchtige soort. Kalm wandelen ze, hier nog exemplaren met een grote camera voor de buik, langs de beelden, of ze zitten rustig op de bankjes.

Opvallend veel nog vouwen een grote kaart van Amsterdam uit om met hun vinger op zoek te gaan naar het Rijksmuseum. (Dit jaar gaan we naar het westen van Frankrijk op vakantie. Het verheugen een nieuwe Michelinkaart van die streek te gaan kopen!)

De beeldentuin is een rustplek in de stad. Soms hoor je de bel van een tram. Accordeonmuziek vanuit de onderdoorgang. De hard dichtgegooide deur van een koeriersbusje.

“Afstappen!!” De man met het gele hesje.

Ik blijf even staan bij een soort Mondriaanbeeld. Een wit en een rood vlak met horizontale zwarte balken en een geel paneel. Het beeld, Construction (Crucifixion), 1966-1967, is inderdaad een verwijzing naar het werk van Mondriaan, lees ik op het bordje bij het beeld, met wie ze bevriend was. Het stelt tevens een kruisiging voor, maar dat had ik er weer niet uitgehaald.

Vlak bij dat beeld een favoriete schuilplek. In een soort tunnel van boomtakken staat in een zijbeuk een bankje. Je zit daar afgeschermd, en met je rug naar de drukke stad. Ik strijk er wel eens neer. Om er, door heel erg hard na te denken, problemen op te lossen. Meestal eindigt het ermee dat ik minuten voor me uit zit te kijken, wat een enorme innerlijke rust veroorzaakt.

Ik wilde op ‘mijn’ bankje gaan zitten, maar er zaten twee vrouwen met houten vorkjes uit een zak patat te eten. Ze keken me vriendelijk aan. Aan hun voeten twee tassen van het Van Gogh Museum.

Ze waren net aan de patat begonnen, zag ik. Een van de vrouwen duwde een met mayonaise besmeurde vinger haar bril recht op haar neus. De ander moest daar vreselijk om lachen, en zei iets in een taal die ik niet kon thuisbrengen.

Verder dan maar. Langs het fraaie Conversation with Magic Stones, het beeld van Hepworth gebaseerd op de prehistorische steencirkels in Cornwall, waarheen ze was verhuisd. Het beeld van drie staande figuren en drie stenen betrekken je bij een ‘denkbeeldige conversatie over de mens en zijn omgeving’.

Mooi beeld.

Ik kijk op mijn horloge, en loop weer terug naar de bewoonde wereld.

“Afstappen verdomme!” hoor ik een overslaande stem krijsen vanuit een andersoortige cirkel. “Waarom luistert er niemand!”

Ik stel me zo voor dat hij erbij staat met gespreide armen, als een gekruisigde zonder kruis.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over