Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Drie jongens wachtte de dood. Dan kun je ook gewoon een tijdje je mond houden

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

En weer kropen de betweters uit hun holen. Hoofdschuddend spuwden ze hun gal, verwijten en stellige zekerheden. Dit zou hen nooit overkomen zijn. Opvoeding. Het is gewoon slappe hap bij die ouders. Vind je het gek dat zoiets plaatsvindt als je jongeren aan hun lot overlaat? Nalatigheid. Emotionele verwaarlozing. Foei, foei, foei, foeter, foeter, foeter.

Dat het ongeluk heftige reacties opriep, was begrijpelijk. Afgelopen weekend botsten in Helmond een personenwagen en een ambulance met een klap op elkaar. Een klap die het leven kostte aan drie van de vier inzittenden van de auto, jochies van 15 en 16 jaar oud. Het vierde kind en de ambulancemedewerkers belandden in het ziekenhuis. In de buurt van de wrak­stukken lag een cilinder lachgas. Eventueel verband met de aanrijding wordt onderzocht.

Een dag daarna lag het asfalt er zwart bij. Bomen stonden als donkere wachters langs de weg. Ik dacht aan kunstenaar Armando. Een omgeving die zijn schittering verliest omdat zich iets afschuwelijks voltrok, noemde hij schuldig landschap.

Schuldige ouders, blèrden twitterridders echter. Want hoe kwamen die gastjes aan een auto? Joyriden? Ha! Bij het Gilde der Voorbeeldige Opvoeders zou dat nimmer gebeuren. En dat gas! Wis en waarachtig had dat ermee te maken, wat de politie er ook over zei. Verdovende pepdrugs! Dat kreeg je ervan als je de greep op de hangjeugd verliest. Neen, in deze tijden der losbolligheid kon je niets anders verwachten dat dit soort vreselijke taferelen.

De vingerwijzerij deed me denken aan een zondagmiddag, jaren geleden, toen in de Sloterplas een 5-jarig meisje verdronk. Een hausse aan online haat werd over de moeder uitgestort omdat zij haar kind uit het oog was verloren. Ik, zelf nog omgeven door peuters, dacht slechts: een kind kan al verzuipen in een plasje water. Prijs je gelukkig als het jou niet gebeurt. Prijs je niet beter.

Maar de mens deelt graag morele boetes uit. Bonnen vol schuldaanwijzingen. Als aflaat, een verzekering: mij overkomt dit niet. De eerste, vaak gretige vraag die wordt gesteld als iemand aan longkanker blijkt te lijden is: “Heeft ie gerookt?” Zo ja, dan zijgt de informerende gerustgesteld achterover. Want dat doet hij niet. Dus krijgt hij het niet. Veiliggesteld. Was het maar zo simpel.

Pubers zijn vaak onverstandige eikels. Volwassenen trouwens ook. En dikwijls zitten de eikels in de vingerwijshoek. Het bloed ligt nog op straat en zij kotsen daar hun oordeel overheen.

Natuurlijk is analyse belangrijk. Maar niet iedereen zit op jouw giftige pijlen te wachten, Gerda. En nee Cees, jouw opvoedstrategie interesseert me nu even niet.

De ochtend na het ongeluk keek mijn echtgenoot, een brave huisvader, zweterig naar de krantenkop. “Man, ik heb zoveel geluk gehad.” Want hij jatte op zijn veertiende de auto van zijn pa, rookte rotzooi en reed slingerend door straten. Hem wachtte slechts huisarrest.

Drie jongens wachtte de dood. Zij worden nooit huisvader, voetballer, of professioneel avonturier. En je kunt van alles vinden over het waarom. Maar je kunt ook gewoon een tijdje je mond houden. Want soms is zachte stilte het enige wat ons rest.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over