Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

De relativiteit van schuld en rechtvaardigheid

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

De tactiek van de verschroeide aarde.

Dat leerden we vroeger op school al: alles vernietigen, alles – maar dan ook echt alles – wegbombarderen en dan tussen de donkere mist van de kruitdampen een vlag planten: nu is dit van mij.

Ik blijf me afvragen: wat heb je dan?

Heb je schuld vernietigd? Heb je rechtvaardigheid veroverd? Het vervelende is dat in een oorlog die begrippen hun waarde verliezen.

Steeds vaker sturen boze onbekenden mij mailtjes met de mededeling – ik chargeer licht – dat Oekraïne een land is vol nazi’s en Rusland dus het recht heeft zich daartegen te verdedigen.

Schuld en rechtvaardigheid, aan beide kanten ondersteund met het verwijt van nepnieuws, worden zo uiteenspattende zeepbellen.

In een ver verleden leerde ik de relativiteit van schuld en rechtvaardigheid kennen. Ik zou voor de radio eens een NSB’er interviewen. Ik nam het besluit die man eens flink aan de tand te voelen, maar daar, in de Weimarstraat, zag ik een schlemiel, te dom om te poepen. Hij had een dikke kater die mij aankeek of hij wilde zeggen: één verkeerd woord en ik sla je in elkaar.

De man snapte eigenlijk niet wat hij had fout gedaan. Ja, na de oorlog begreep hij het wel, maar al zijn vrienden waren destijds NSB’ers geweest. Over de politiek dacht hij niet na. Hij en zijn vrienden waren doodsbang voor de communisten en de Duitsers, ja, dat waren toch buren die ons wilden beschermen.

’s Middags in de studio liet ik het interview horen aan eindredacteur Piet. Die vond het niks. “Je had geen journalist moeten worden, maar rechter. Elke vraag is een beschuldiging. Nee, dit zenden we niet uit. Dit geeft geen inzicht in zijn manier van denken.”

De eindredacteur had gelijk. “Maar hij was een NSB’er, ik ken zijn manier van denken,” verdedigde ik mij nog.

Tien minuten later moest ik die man bellen dat het interview niet werd uitgezonden.

“Begrijp ik, mijnheer Holman… Nee, begrijp ik… Ja, ze vonden het niet goed, hè… Nee, begrijp ik…’t Gaat altijd zo…” Waarom het interview niet werd uitgezonden, verzweeg ik.

“Je moet ook geen NSB’ers op de radio laten horen,” zeiden mijn vrienden later in het café.

Ik knikte, maar ik voelde me slecht. Ik zag die domme dronkenlap voor me, met die kater die volgens mij fanatieker lid was geweest van de NSB.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over