null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

De laatste keer vertelde ze dat ‘ze’ probeerden haar hond te kidnappen

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Gisteren had ze een roze-zwarte winterjas aan die er behoorlijk nieuw en chic uitzag. Een jas als uit een Parijse modewinkel, zo te zien, maar ik ben al zo lang niet meer in Parijs geweest, dat ik me niet zoveel meer bij zo’n winkel kan voorstellen. (Ik herinner me een lunchroom waar ze enorme punten citroengebak serveerden, en de Notre Dame stond er nog in oude staat bij.)

Prachtige jas, in elk geval, met een soort zigzagpatroon.

Ze kwam aanlopen over de dijk. Achter een rollator die behoorlijk contrasteerde met die mantel. Ik zag de plekken waar de blauwe verf vanaf was gebladderd. Lelijke, bruine vegen. Een slippend wieltje.

Ze liep er met rechte rug achter, fier. Majesteitelijk, zou ik bijna zeggen.

Toch ontbrak er iets aan het beeld.

Ze was wel zonder hond.

Die hond gaf haar altijd levendigheid. Het was een niet te oud dier, maar nog altijd nieuwsgierig. Het beest bracht een bijna niet weg te krijgen glimlach op het gezicht van de vrouw.

Ze heeft een naam hier in de buurt. (Tenminste, bij degenen die een hond hebben en die, als je soms stil blijft staan, het een en ander met elkaar uitwisselen. De Kwispelende Roddelclub.)

Men heeft haar gezien, midden in de nacht, volledig aangekleed zittend in haar stoel bij het raam. Alle lichten aan. En ze laat diep in de nacht ook haar hond uit.

In de woonkamer hangen meer dan dertig ingelijste foto’s van haar overleden man aan de muur. Dat is iets van de laatste tijd. En het worden er steeds meer, denkt men, want sinds een aantal maanden laat ze niemand meer binnen.

Ze wil haar huis niet uit. Er is een plek voor haar geregeld, maar ze weigert.

Ook is er een pleeggezin voor de hond (Mantje) gevonden. Maar als iemand daar nog over begint, gaat ze heel hard zingen.

Ze wil niet geholpen worden.

Ik heb een enkele keer kort met haar gesproken. De laatste keer vertelde ze dat ‘ze’ probeerden haar hond te kidnappen. Tranen in haar ogen. Mantje snuffelde aan mijn schoenen. Ik wist me geen raad met de situatie.

Ze was bijna bij de brug. De rollator was versierd met twee dennentakken met rode strikjes eraan. Haar glimlach was ze nog niet verloren, ook al was ze zonder hond. Ze liep erbij alsof ze wilde zeggen: ik ben er nog. Het gaat goed met me. En die nieuwe, chique jas moest dat verder onderstrepen. Als je nog zo’n jas kon kopen, dan ging je die jas ook dragen. Dus ging ze nog gewoon naar buiten, en was er dus ook niets om je zorgen over te maken.

Zonder uit te kijken stak ze achter de rollator de weg over, met een hand zwaaiend naar iemand die haar tegemoetkwam.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over