null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

De Gouden Koets stond bloot en alleen onder die glazen stolp

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Daar stond hij dan. Op het binnenplein van het Amsterdam Museum.

Gratis en voor niets te zien: de Gouden Koets.

In een glazen behuizing.

Na een restauratie die vijf jaar heeft geduurd ziet de koets er weer tiptop uit. Maar hij gaat de weg niet meer op. Vanwege dat beschilderde paneel op de zijkant, waarop het koloniale verleden wordt verheerlijkt, is er de nodige commotie over ontstaan. Het zal u niet zijn ontgaan.

Al hield de koning vorige week nog een slag om de arm door te zegen dat de koets ‘voorlopig’ nog niet van stal zou worden gehaald om ermee door de straten te rijden, maar pas ‘als Nederland daar klaar voor is’. Wat dat dan ook mag betekenen. Het zijn koninklijke stuiptrekkingen om een verlies dat onafwendbaar is.

Dus keek ik naar een werkloos geraakte Gouden Koets die daar stond te pronken in dat glazen koetshuis. Maar was het wel pronken?

Zoals hij daar stond, midden op dat pleintje, al gehandicapt omdat de paarden ontbraken, was het eerder dat de koets was opgesloten in een glazen kooi. Zoals je in Russische en Italiaanse rechtbanken ook van die glazen kooien ziet waarin de verdachten zijn opgesloten.

De Gouden Koets was van alle kanten goed te begluren. Er werd naar de koets gewezen. Bloot en alleen stond hij daar weerloos onder die stolp.

Het deed me ook denken aan een droom die volgens mij iedereen wel eens heeft gehad: dat alleen jij zonder kleren in je nakie staat, te midden van een menigte. En dat je van schaamte met je handen je edele delen bedekt terwijl iedereen naar je kijkt en wijst.

Het was een soort terechtstelling. De Gouden Koets werd hier gecanceld. Je zou ook kunnen zeggen dat de koets publiekelijk boete deed.

Wat opviel was dat er weinig bewaking was. Bij de ingang via de Kalverstraat stonden twee personen in gele vesten, maar bij de ingang via de Sint Luciënsteeg stond helemaal niemand om mensen die bijvoorbeeld het glazen koetshuis met verf zouden willen bekladden tegen te houden.

Misschien keek ik naar een hologram, en was de echte Gouden Koets al lang vernietigd. Of stond hij ergens in een speciale kamer in het paleis van de koning, zodat hij er af en toe vervoerd van nostalgie naar kon kijken en zwijmelen. Erin gaan zitten samen met vrouw en kinderen, en zwaaien naar imaginair publiek. Geluid van klappende en juichende mensen erbij.

Ik had te doen met de koets. Hij kon er toch ook niets aan doen dat hij was beschilderd?

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over