Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

De door Baudet graag gebezigde term partijkartel bleek deze week volledig op zijn plek

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Nog voor het Kamerdebat over de rol van Hugo de Jonge in de mondkapjesdeal had plaatsgevonden, wist iedereen al hoe het zou aflopen. Tegelijkertijd wist heel Den Haag ook precies wat er gebeurd was: Hugo de Jonge had de Kamer en het publiek maandenlang glashard voorgelogen om zijn eigen hachje te redden.

Hij had in zijn contact met Sywert van Lienden zijn particuliere e-mailadres gebruikt. Ik was erg benieuwd naar dat adres (shoelover­1977@hotmail.com of moviefreak007@gmail.com). Gelukkig was daar minister Conny Helder, de spreekwoordelijke Kajsa Ollongren van deze klucht: ze zei het per abuis hardop, terwijl het – zoals bijna alles – nog wel zo vakkundig was weggelakt.

Het gemiddelde vrijgegeven Wob-document ziet er tegenwoordig uit als een schilderij van Piet Mondriaan in een extreem zwartgallige periode. Dat al dat gedweep met een nieuwe bestuurscultuur een briljante afleidingsmanoeuvre was van Chef Amnesia, Mark Rutte, om na zijn zoveelste leugen maar niet zelf te hoeven opstappen, wisten we al een poosje. Maar de schaamteloosheid waarmee het oude gekonkel donderdag ten tonele werd gebracht, was ronduit beledigend.

CDA-Kamerlid Joba van den Berg stond plechtig te verkondigen dat De Jonge ook maar gewoon het slachtoffer was van Sywert en zijn vriendjes. Ze kondigde nog net geen Giro 555-actie aan voor haar partijgenoot. Klaver fileerde haar messcherp en terecht (“Ga alsjeblieft zitten”).

Van den Berg speelde de vermoorde onschuld, met de vrome schijnheiligheid die we zo goed kennen van het CDA, maar die we desondanks sinds Maria van der Hoeven en Maxime Verhagen niet meer zo treffend in actie hadden gezien. Joba van den Berg, mark my words: daar gaan we nog veel van horen de komende jaren. Die is over vier jaar ongetwijfeld Minister van Justitie in Rutte 5 of anders volgt ze Stef Blok op als sanctiecoördinator.

Wat in het Hugo-debat vooral pijnlijk duidelijk werd, is het feit dat Mark Rutte een angstaanjagend precedent heeft geschapen: als bewindspersoon liegen tegen de Kamer en het publiek, is niet langer een politieke doodzonde. Het is bewezen dat je er gewoon mee weg kunt komen en dat zal vanaf nu dus blijven gebeuren.

Veel partijen wijzen als het gaat om het verspreiden van leugens en het beschadigen van democratie en rechtstaat graag naar de Trumps van deze wereld. Zeker D66, waar ze met Sigrid Kaag de mond vol hadden over Nieuw Leiderschap, terwijl ze zich nu alweer een ijskoude machtspartij tonen, die middels handjeklap een liegende minister in het zadel houdt. Dat democratie en rechtstaat evenzeer worden bedreigd door de Trumps, als door deze zogenaamd keurige jongens en meisjes van de traditionele partijen, ontgaat echter niemand.’

Ik neem de woorden van Thierry Baudet liever niet in de mond, maar de door hem graag gebezigde term partijkartel bleek deze week volledig op zijn plek. Precies zo gedroeg het kabinet zich: als een maffiafamilie. De laconieke boks tussen De Jonge en CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma na het debat zei alles: we run this country.

Officieel wil de coalitie nog wachten op de uitkomst van het onderzoek, maar ik verzeker u: er zullen geen consequenties zijn. Dát, en niets anders, is de nieuwe bestuurscultuur.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over