Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

De dood van Schippers maakt me somberder dan ik dacht

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Een prachtige zin: ‘Wat de kinderen hebben gespeeld is nooit duidelijk geworden.’ Het is de laatste regel uit het boek Nu je het zegt, van K. Schippers. Het boek verscheen een paar maanden geleden.

Donderdag overleed K. Schippers.

Die prachtregel spiegelt zich met een zin in het in memoriam dat ik in deze krant las en komt uit een oud-interview: ”Een kind groeit op en maakt zijn leven zelf.”

K. Schippers – pseudoniem van Gerard Stigter – woonde bij mij in de buurt. Dus ik zag hem vaak. Altijd hartelijk, altijd een gesprek met een glimlach. Ik leerde hem veertig jaar geleden iets beter kennen toen hij gastredacteur werd van het studentenblad Propria Cures. Gerard woonde de vergaderingen bij en ging met ons mee het café in. De gewoonte bij PC was dat wij alle ingekomen stukken hardop aan elkaar voorlazen. Gerard sloeg, zo herinner ik mij, altijd als eerste aan bij een mooie zin, een opmerkelijke gedachte of iets vreemds in de tekst. Het zal vaak worden herinnerd als het over hem gaat: hij verrijkte het kijken. De werkelijkheid zat in nog meer details verscholen dan je aanvankelijk dacht. Altijd had hij die opmerkelijke aandacht. Altijd formuleringen in normale taal, geen dikdoenerij. Meestal lichtvoetig, soms wijs. Zijn poëzie en zijn proza bestaan uit het opdiepen van briljantjes in taal die niemand eerder had waargenomen. Het absurde gewoon maken.

Zijn bekendste regel is:

‘Als je goed om je heen kijkt

zie je dat alles gekleurd is.’

Je zou het een roep om opmerkzaamheid kunnen noemen.

Zelf vind ik één van zijn mooiste regels:

‘Je hebt de dingen niet nodig

om te kunnen zien

De dingen hebben jou nodig

om gezien te kunnen worden.’

Het is die aantrekkelijke eenvoud die hem tot een van de grootste schrijvers van Nederland maakt.

Had hij de blik van een spelend kind?

Die had hij zeker ook.

Zijn dood maakt me somberder dan ik dacht.

Kijk, daar loopt hij in de Van Baerlestraat.

Hij bukt zich en pakt iets op.

Ik kan me niet inhouden, loop op hem toe en vraag: “Liet je iets vallen?” Hij schudt zijn hoofd, en pakt zijn uit zijn zak een gescheurd bierviltje en laat het me zien.

“Zie je het?”

Opeens merk ik het op: “Het is een paardenhoofd.”

“Ja, stel je voor dat je zo zou kunnen tekenen, maar het is per ongeluk gescheurd.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over