Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

De 11-jarige Prince weet niet dat we later naar hem kijken en zo verdrietig zijn

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Enkele dagen geleden stond ik in een platenzaak en hoorde ik vlak achter mij iemand vragen naar de nieuwe lp van Prince. “Zes jaar dood,” mompelde ik. “Ja,” zei de verkoper, “die komt eraan. In juni. Een live concert met The Revolution uit 1985.” Ik vroeg mij af of dit weer een greep was uit de magische kluis van Prince, waar de laatste jaren allemaal muziek uit dondert die hij tijdens zijn leven terecht nooit heeft uitgebracht.

Meteen schaamde ik mij. Ik ben een stuitend elitaire Prince-liefhebber. Eigenlijk heb ik hem het liefst voor mij alleen. Toen ik zijn plaat Dirty Mind ophaalde in platenzaak Boudisque te Amsterdam, viel ik meteen als een blok voor de hoes. Prince lag op een bed met jarretels om zijn dijen. Thuis luisterde ik naar het liedje When You Were Mine, misschien wel het mooiste liedje over verlangen ooit gemaakt.

Daarna veranderde alles heel snel. Prince reed in enorme stadions met een auto het podium op en Boudisque was inmiddels een kaaswinkel voor mensen die niet van kaas houden. En dan nu dit weer. Voor de zoveelste keer werk uit de vorige eeuw uitbrengen in een verpakking die in elkaar lijkt te zijn geknutseld door een doe-het-zelver.

Over de doden niets dan slechts, als het aan de nazaten en de rechthebbenden ligt. De laatste jaren is het vooral ellende die onder de naam Prince wordt uitbracht, maar Dirty Mind is een monument. Alleen die titels al. Do It All Night, Head en alles zo funky als de neten.

Prince was voor mij langzaam aan de horizon verdwenen. Hij was nu van mannetjes en vrouwtjes die de Luxe Gold Edition Royal Limited box kochten.

Maar vanochtend was Prince er opeens weer. Sprekend, met de bekende angstigehertjesoogopslag. Vooraan, in het licht van de camera. Elf jaar oud. Geen gitaar te bekennen. Niks Do It All Night. Vroeg naar bed want morgen weer naar school.

De beelden, bij toeval ontdekt door de Amerikaanse zender WCCO, ontroeren mij. Ik voel hetzelfde verdriet dat ik ooit voelde toen ik naar een schokkerig zwart-witfilmpje keek van een tramrit door Barcelona, gefilmd in 1908. Al die lieve mensen, zwaaiend naar de camera, ze waren allemaal dood, maar ze wisten het nog niet.

Mijn moeder, zwemmend en zwaaiend in verzadigde kleuren. Ook zoiets.

De 11-jarige Prince, hij weet niet dat we later naar dit interview gaan kijken en dat we weer zo ontzettend verdrietig zijn dat hij er niet meer is.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over