Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Dat het zó erg was in Nederland, hadden mijn buitenlandse collega’s niet gedacht

PlusPaul Vugts

Paul Vugts

Zoals het publiek een theaterstuk beter beleeft dan de spelers op het podium, zo is het louterend door de ogen van een buitenlander naar Nederland te kijken. Dat geldt te meer voor mijn werkveld, merkte ik deze week toen ik in Noorwegen een praatje mocht houden. Thema: hoe onze misdaad behalve de onderwereld de laatste jaren ook de bovenwereld uit het lood slaat.

De Noren hadden in het historische stadje Tønsberg een driedaags congres voor 740 (!) journalisten opgetuigd. In mijn zaaltje deed ik uit de doeken hoe Nederland de laatste jaren is gegrepen door geweld en dreiging tegen onschuldigen – onder wie professionals in de advocatuur, de rechtspraak en de journalistiek. Directe aanleiding voor mijn uitnodiging was de wereldwijd beschreven moord op Peter R. de Vries.

Ik verhaalde over steeds jongere criminelen die elkaar gewapenderhand belagen. Over het afgezaagde hoofd van een 23-jarige dat voor een waterpijpcafé in Amsterdam-Zuid was gelegd. Over blunders die gewone Amsterdammers fataal werden, doordat hypernerveuze schutters ze met hun criminele doelwitten verwarden.

Ik vertelde hoe misdaadblogger Martin Kok in 2016 is doodgeschoten nadat hij Ridouan Taghi als eerste had gelinkt aan onderwereldmoorden. Ik vertelde over het beklemmende geweld tegen naasten van kroongetuige Nabil B. die Taghi en de zijnen van vele liquidaties beschuldigt. U weet: diens onschuldige broer Reduan is in 2018 doodgeschoten, zijn advocaat Derk Wiersum in 2019 en jongstleden juli zijn vertrouwensman Peter R. de Vries, midden in de Amsterdamse binnenstad.

Ik vertelde over de aanslag met een bestelauto vol brandstof op het hoofdkantoor van De Telegraaf en de raket die bij weekblad Panorama binnenvloog, kort na publicaties over Taghi.

Dit is geen ‘gewone’ georganiseerde misdaad meer, maar terreur, hield ik mijn gehoor voor. Al herhaalde ik ter relativering óók uitdrukkelijk dat Nederland over het algemeen juist heel veilig is, met jaarlijks bijvoorbeeld ‘maar’ 15 tot 25 doden door geweld in Amsterdam, inclusief relationele drama’s.

Tot besluit vertelde ik hoe mijn vriendin en ik in 2017 en 2018 lang in de zwaarste beveiliging leefden omdat criminelen me wilden vermoorden, en memoreerde ik het pijnlijke gegeven dat collega John van den Heuvel al sinds eind 2017 onder extreme bescherming staat.

Wat voor Nederlandse misdaadjournalisten de rauwe werkelijkheid van alledag is, bleek nauwelijks voorstelbaar voor mijn collega’s uit Noorwegen en Denemarken én journalisten van wereldberoemde nieuwsorganisaties.

Een Australiër die voor de BBC en onderzoeksplatform Bellingcat werkt, had met zijn Nederlandse vriendin Netflixserie Undercover gekeken, maar was verbouwereerd door de werkelijkheid zoals ik die schetste.

Twee collega’s van The Washington Post waren tijdens het slotdiner niet eenvoudig op een vrolijker onderwerp te brengen. Zij voelden de ernst die onze Haagse beleidsmakers niet altijd lijken te voelen. Verhelderend, wel.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever. In de Taghi Podcast vertelt hij samen met collega Wouter Laumans over ontwikkelingen in het proces rond Ridouan Taghi.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over