Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Dat het leven doorgaat, heeft soms wrede kanten als je terugkijkt

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Gisteren was het zeventien jaar geleden dat Theo van Gogh werd geliquideerd. Alexandra mailde me een filmpje van het eindfeestje na de opnames van 0605 die ging over de moord op Pim Fortuyn.

Het deed pijn.

Theo gelukkig zien, deed pijn.

Die gelukkige jongere versie van mezelf zien, deed pijn.

Maar ook het zien van hen die inmiddels waren overleden, deed pijn. Peer, Frans, Robert en die vrouw wier naam ik altijd vergeet. Aardige, wat oudere dame. Dol op Theo, al begreep ze niets van hem.

En dan de jongeren die inmiddels getrouwd en weer gescheiden zijn. Acteurs die kleinkinderen hebben. Het leven gaat door, ik weet het, maar dat heeft soms wrede kanten als je terugkijkt.

De pijn, zo merkte ik nadat ik het filmpje een paar keer had bekeken, ligt ook dicht bij een merkwaardige afsplitsing van geluk. Het was zo leuk (ik weet even geen beter woord) om ons daar zo gelukkig te zien. We lachten, rookten, zongen, dronken champagne uit die magnumflessen die Gijs altijd kocht en luisterden naar de roddels die op een filmset altijd rondgaan. (De beste plek om iemand te verleiden is een filmset. Altijd ontstaan daar verhoudingen.) En we hadden plannen, mooie plannen; ze zouden ons niet rijk maken, maar we zouden wel aan het werk kunnen blijven.

Dat kleine gevoel van geluk duurt altijd maar even. Dat heeft twee oorzaken: je weet hoe het leven, na de moord, is verder gegaan en je wil je niet gelukkig voelen. Om de een of andere reden hoort dat niet. Je voelt je daar dan schuldig over.

Laatst was ik op een filmset en daar waren jongens en meisjes van achttien en twintig. Ik voelde duidelijk dat ik niet één van hen was, maar een oude man. Ze kenden me niet. (‘Gaat u hier maar zitten, mijnheer.’) De regisseur stelde me voor en zei: “Hij heeft het scenario geschreven van Interview, een film van Theo van Gogh.”

O God, dacht ik, nu moet ik uitleggen wie Theo van Gogh was, want die kennen ze natuurlijk niet. Maar ze kenden Theo en de film en bleken meer films van Theo te hebben gezien.

Dat ontbrandde ook een flintertje geluk tezamen met wat verdriet.

“Theo levend houden,” had ik zijn moeder beloofd.

Naarmate de tijd verstrijkt, wordt dat lastiger.

Maar hem in herinnering brengen en houden, stemt altijd tevreden.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over