null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Daar lag hij na zijn dood opgebaard onder een muskietennet

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Op het Zuiderkerkhof hangt een fraaie gevelsteen van een stal op een zandvlakte. De Stal Int Nuland, staat erboven te lezen.

De gevelsteen komt van het pand Zandstraat 38, dat eind jaren zestig van de vorige eeuw voor de aanbouw van de metro werd gesloopt. Aangenomen werd dat er op dit stukje Amsterdam ooit een stal stond op nieuw land, en dat de tekst moet worden gelezen als: de stal in het nieuwe land.

Maar een ander verhaal vertelt dat in het huis met de gevelsteen ooit een meneer Stal woonde die getrouwd was met een mevrouw Nuland.

Zeg het maar.

De gevelsteen was niet de reden dat ik op het Zuiderkerkhof was. Dat was een schrijver. Een schrijver die al bijna is vergeten.

Jean-Paul Franssens.

Een man met een rode sjaal en een luide stem.

Ik heb hem nog horen schallen met die stem van hem. Onder het sigarettenrookwolkenplafond in café De Zwart, waar hij samen met vriend A.F.Th. van der Heijden liters herenpils tot zich nam.

Jean-Paul Franssens woonde op het Zuiderkerkhof. Op nummer 1.

Zuiderkerkhof 1 is ook de titel van een van zijn boeken. (Het bonnetje in het boek zegt dat ik het op 3 maart 2007 om 13.20 uur bij De Slegte in de Kalverstraat 48-52 heb gekocht voor €12,50. Nooit bonnetjes weggooien!)

Dat boek kwam uit de boekenkast gevallen toen ik iets wilde opzoeken in een roman van Richard Ford.

God, ja, Jean-Paul Franssens…

Hij overleed in 2003. Debuteerde in 1981 met de roman De wisselwachter, die in 1986 werd verfilmd door Jos Stelling. Schreef een autobiografische trilogie. Voor mij tellen vooral die twee delen in de vermaarde Privé-domeinreeks van De Arbeiderspers, waaronder Zuiderkerkhof 1.

Een uitbundige verteller, zo draagt hij zichzelf uit in die twee heerlijke boeken (De wereld wil bedrogen worden is de titel van dat andere deel). Het vertelplezier spat van de bladzijden (excuses voor dit cliché).

Franssens en A.F.Th. schreven elkaar brieven over wat ze meemaakten. Van hetzelfde laken een pak, lees het in de briefwisseling Ik heb je nog veel te melden. ‘Wat ik nu toch weer heb meegemaakt bij het oversteken van het Rokin… (…) Nee, ik vertel niks. Morgen schrijf ik het op. Heb je het overmorgen in de bus…’

A.F.Th. schreef in 2008 een requiem voor zijn vriend: Voetstampwijnen zijn tandenknarswijnen. Pagina 15: ‘“Denk erom,” had hij vaak met profetisch pendelende wijsvinger uitgeroepen, “lui-ui-uister naar Jean-Paul Franssens… roem is tijdelijk, vergetelheid eeuwig.”’

Alles in zijn leven had betekenis, alles was een verhaal. Schaamteloos, vol sentiment. Opera op papier.

Zo maken ze ze niet meer.

Ik bleef staan voor nummer 1. Daar lag hij na zijn dood opgebaard onder een muskietennet.

Een gevelsteen met de beeltenis van Jean-Paul Franssens zou op het Zuiderkerkhof niet misstaan.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over