null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Blijf met je poten van ons schaakspel af, gemeente!

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Nonchalant schuift de zomers geklede man een loper met zijn voet diagonaal over de straatstenen. De andere man, gehuld in een blauw windjack, reageert onmiddellijk door een toren te verplaatsen. Gewoon met zijn hand.

Het Max Euweplein op een doordeweekse middag.

Het grote schaakbord met de grote zwarte en witte tegels ligt nog steeds op het plein. En nog steeds worden de grote zwarte en witte plastic stukken over de 64 vakken gestuurd.

Het plein zal opnieuw ingericht worden, en het bord is daarbij een speelbal. Blijft het, of wordt het verwijderd? Er zou rondom het schaakbord overlast zijn van alcoholisten, onruststokers en wildplassers.

Deze middag is er niets van te merken. Er ligt iemand te slapen onder het gedenkteken Twee tranen (vroeger was hier het Huis van Bewaring, van waaruit in de Tweede Wereldoorlog gevangenen werden weggevoerd naar concentratiekampen en executieplaatsen). En zo’n tien mannen hangen rond het spel. De stemming is bedaard. Er wordt veel gerookt.

Dan zie ik verderop een bord dat wijst naar het Schaakmuseum in het Max Euwe Centrum, dat huist in een gebouw aan het plein.

Schaakmuseum? Nooit van geweten.

En zo sta ik even later in een schattig, hokkerig museumpje in alle rust naar een vitrine te kijken met een schaakbord waarop Max Euwe als eerste Nederlander wereldkampioen schaken werd. Dat deed hij in een tweekamp tegen de Rus Aleksandr Aljechin, op 15 december 1935 verderop in theater Bellevue. Op het bord zijn, zo lijkt het, stroken hansaplast geplakt waarop de letters A tot en met H en de cijfers 1 tot en met 8 zijn geschreven.

Het ziet er amateuristisch uit. Zou Euwe op dit bord tegen de Rus Aljechin… De tekst op een verklarend bordje vertelt het verhaal. Op het bord de laatste stelling van de laatste partij in 1935. Na vijf uur spelen richtte Aljechin zich tot de zaal met de woorden: “Es lebe Schachweltmeister Euwe.”

In een vitrine hangt ook het dertiende nummer van het ‘geïllustreerde ochtendblad’ Vandaag, jaargang 1, dinsdag 9 augustus 1921. Op de voorpagina wordt in de rubriek De man van Vandaag Max Euwe voorgesteld als ook de man van de toekomst, die ‘een gevaarlijk tegenstander kan worden voor de besten der besten in de schaakwereld’. ‘Heelemaal geen geniale ‘kop’, geen arendsneus, geen voorhoofd als een heemel-koepel, maar toch een fijn- en scherp-turend gezicht voor wie zijn ‘facie’ in ons blad aandachtig bekijkt…’

Ik pak de Nieuwsbrief mee als ik het museum verlaat. Nummer 101, van juni 2022.

Ik lees een stukje, getiteld Pleinspel, met daarin de zin: ‘Natuurlijk betreurt het MEC ook dat er op het plein zwervers en ongenood volk rondhangt, maar wij zien geen verband met het grote schaakspel.’ (Oftewel: Blijf met je poten van ons schaakspel af, gemeente!)

Op het plein is de voetschuiver blijkbaar verslagen, want de man in het windjack neemt het nu op tegen een andere man.

En alles gebeurt in een gewijde stilte.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over