Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Binnen een uur hadden we onze spullen bij elkaar en reden we ze de Sibogastraat uit

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Soms hoor je, of lees je in een interview of een boek de frase: ‘Ik besloot het te vergeten.’

Het gaat dan om een voorval, of een periode, of een bepaald persoon. Meestal een voorval, periode, of persoon waar geen al te beste herinneringen aan kleven.

Of: ‘Ik besloot er niet meer aan te denken.’

Maar het geheugen is daar helemaal niet van gediend, van zo’n besluit. Die gooit gewoon het loket open als het een draadje vindt het een aan het ander te koppelen.

Ik reed gisteren over de Celebesstraat. En keek op een gegeven moment een keer naar rechts. De Sibogastraat in. Lang niet aan gedacht.

En daar gaf het geheugen me een lekkere opfrisser.

Oké. Verleden, spreek.

De Sibogastraat. Mijn eerste kamer in Amsterdam. Een kleine etage die ik deelde met een kennis: de grote Koos Knook uit Zwolle.

Kakkerlakken, muizen, en John Hiatt. Die laatste had net de lp Bring the Family uitgebracht. Met dat nummer Have a Litte Faith In Me. Koos en ik draaiden die lp grijs. Dronken uit beugelflessen Grolsch.

We huurden van een niet al te fris uit haar ogen kijkende Surinaamse vrouw, die de zaken overliet aan ‘een vriend’: Van Putten. Een gedrongen man met een boksersneus. Het kwam erop neer dat Van Putten borg en huur inde. Cash. Een huurcontract ‘was niet nodig’, waarmee hij ons, vers uit de provincie, met de nodige bluf overtuigde.

We waren nog wat bleu, in die tijd. Koos Knook merkte, toen hij een keer de karbonades uitpakte, dat hij zich door de slager heel veel bot had laten verkopen met heel weinig vlees. Ik geloof dat hij bij de slager verhaal is gaan halen. Zonder succes. Hij kon wel prachtig vloeken met dat Sallandse accent van hem.

Van Putten kwam al meteen weken eerder de huur innen, zodat we op een gegeven moment een maand voorliepen, wat hij een maand later staalhard ontkende, en ons – “Kom op, niet moeilijk doen nu” – weer een maand huur liet betalen.

Na een maand of vier, op een middag, bleek dat de sloten waren vervangen.

Via het balkon van de buren kwamen we op ‘ons’ balkon. We tikten een ruitje in. De Surinaamse vrouw lag helemaal van de wereld in het bed van Koos Knook. Zilverpapier op de grond.

We belden. Binnen een uur hadden we onze spullen bij elkaar en reden we ze de Sibogastraat uit. Ik kon bij mijn broertje terecht, verderop in de Indische Buurt.

We hebben niet eens geprobeerd een deel van de huur en de borg terug te krijgen. En de spullen uit de garagebox (een groot deel van de Lundiastellingkast) waren ook foetsie.

Ik vond niet lang daarna een kamer boven een fourniturenwinkeltje in de Linnaeusstraat.

Koos Knook ben ik uit het oog verloren.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over