Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ben ik er toch weer ingetrapt

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

De Tegenspreker in onze buurt wil me altijd met zijn ogen vangen.

Als ik hem probeer te ontlopen, weet hij zich toch op een handige manier mijn blikveld binnen te dringen.

Hij begint meestal met een vraag.

“Wat vindt u nou van Zelenski?”

“Dapper... Het lijkt me erg moeilijk om als cabaretier een land te regeren en dan ook nog opperbevelhebber te worden.”

“Ik vind hem laf. Hij was een hele slechte cabaretier en hij leidt zijn land naar de afgrond.”

Geen uitleg verder.

“En ik las,” vervolgt hij, “dat u Poetin eigenlijk een schoft vindt.”

“Eh... Ja... Nogal.”

“Het is een echte leider. Zo één zou hier in Nederland niet misstaan. U mag het er misschien niet mee eens zijn, maar hij heeft visie.”

Hij probeert mijn gezicht te lezen. Ik weet dat hij geniet als ik me zichtbaar erger. Ik glimlach breed.

“U lacht, maar de toestand is niet om te lachen,” zegt hij.

“Daar heeft u gelijk in. De toestand is allerminst om te lachen.”

“Ik word wel vrolijk als ik het geschutter van die Zelenski zie.”

Hij overtreft mijn brede glimlach.

Genoeg, denk ik, en ik wil hem voorbijlopen.

“Mag ik u nog een vraag stellen? U weet nogal veel...”

Ik knik en voel de ironie in zijn zin dat ik nogal veel schijn te weten.

“Zouden wij de Tweede Wereldoorlog hebben gewonnen zonder de Russen?”

“Nee, dat denk ik niet.”

“Dat denk ik dus wel.”

“O, dan ben ik gezakt voor dit examen, maar waarom dan wel?”

“Amerika was ons al aan het bevrijden.”

Ik heb ontzettend veel zin om dit te nuanceren, maar ik wil geen discussie meer. Wanneer ik wil doorlopen, vraagt hij: “Toch leven wij hier in een geweldig land, vindt u niet?” De stem is opeens warm, sympathiek, misschien wel verzoenend.

“Jazeker,” antwoord ik.

“Nou, vind ik dus niet!”

Ben ik er toch weer ingetrapt.

Het vreemde is dat ik steeds meer Tegensprekers tegenkom. Mannen en vrouwen die het domweg niet met je eens willen zijn. Met niemand. En ofschoon ik een gruwelijke hekel aan ze heb en ze tracht te ontwijken, heb ik die neiging ook. Mensen tegenspreken en ze ergeren. Zomaar een tegenstem laten horen.

Het is een methode om je gelijk te halen, zelfs al heb je het niet. Het is met een kiezelsteentje naar een tank gooien.

Het is het kleinste verzet.

“Nee hoor.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over