Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Als ik uit school kwam stiftte ik mijn lippen en lakte ik mijn nagels

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Van mijn dochter heb ik een mooie Engelse waxcoat gekregen. Warm, windwerend en met veel zakken. Ik heb er een pet bij voor als het regent. Het enige wat ontbreekt zijn een wandelstok, een jachtgeweer voor over mijn schouder en een paard en dan kan ik doorgaan voor lord Emsworth uit de boeken van P.G. Wodehouse.

Aldus gekleed loop ik door de Vijzelstraat en zie ik opeens mijn tas die in 1968 van mij werd gestolen.

Een Indiase schoudertas. Gekregen van Sas. Inhoud: een schrift met getekende tarotkaarten en hun betekenis.(‘De Magiër: Bevestigende wat je kunt en wenst. Vier elementen: kelk, zwaard, staf, pentakel. De lingam in de rechterhand bevestigende kracht of mannelijke kracht zoekende.’)

Er zat ook een klein oranje huishuidboekje in met Beatles- en Dylanakkoorden. Dat waren tekeningetjes van de gitaarakkoorden (bijvoorbeeld van Blowin’ in the wind: A, E, D). Dat boekje mis ik het meest. Ik had er ook vier Engelse songteksten in geschreven. The story of mister Cry, I am a dog, I know why you don’t love me en I hate my parents. Van die laatste tekst heb ik trouwens spijt.

Verder zat er een pakje Winnershag in, een pakje Rizzlaroodvloeitjes, een lucifersdoosje met stuff en… witte lippenstift, gekocht bij de Hema, en zwarte nagellak.

Als ik uit school kwam, stiftte ik namelijk mijn lippen en lakte ik mijn nagels. Dan ging ik met m’n gitaar naar Willem waar we platen draaiden en soms kreeg ik van Sas of Ruth dan oogschaduw op.

Willem en ik probeerden de akkoorden uit te zoeken en de meisjes rookten, tekenden of legden de tarot. Ik wilde een folksinger worden, tegenwoordig heet dat singer-songwriter. Ik heb ook opgetreden met liedjes van Dylan en van de Incredible String Band – meer hippie kon je in Amsterdam niet worden.

Onlangs overleed Sas; haar dochter is nu twee keer ouder dan zij toen was. Waar Ruth is, weet ik niet. Willem stierf twee jaar geleden.

Mijn Indiase schoudertas werd gestolen in Paradiso. Ik herinner me nog de zoektocht door een donkere zaal waar vloeistofdia’s werden vertoond.

Ik ben altijd een beetje bang geweest dat één van die vier songteksten misbruikt zou worden en een wereldhit zou worden. Niemand zou mij dan als tekstschrijver zien! Had best gekund.

Ik stop mijn handen in mijn Engelse waxcoat.

“Waarom staar je die vrouw na?” vraagt de mijne in de Vijzelstraat.

“Ze heeft mijn tas.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over